
Leestijd: 5 minDoor Steve Oosterkamp
Elke eerste maandag van de maand is het weer zover: precies om 12.00 uur klinkt de sirene van het luchtalarm door heel Nederland. Misschien schrik je ervan, of loop je er juist ongemerkt aan voorbij. Even leek het erop dat dit vertrouwde geluid zou verdwijnen, maar dat plan is van tafel. Het kabinet heeft besloten dat het luchtalarm blijft bestaan en wordt vernieuwd, zodat Nederland ook in de toekomst op meerdere manieren snel kan worden gewaarschuwd bij noodsituaties.
Het kabinet heeft besloten dat het luchtalarm toch blijft bestaan. Het leek erop dat het zou worden afgeschaft, maar er komt toch een nieuw landelijk sirenenetwerk, dat wordt ontwikkeld in samenwerking met Defensie. Volgens justitieminister David van Weel moet het systeem beter aansluiten bij de risico's van deze tijd.
Het huidige luchtalarm kan maar één soort geluid maken. Daardoor is het alleen geschikt om mensen te waarschuwen dat er iets aan de hand is, zonder verdere uitleg. In de praktijk wordt daarom vooral gebruikgemaakt van NL-Alert, het systeem waarmee berichten naar mobiele telefoons worden gestuurd.
Volgens het kabinet is dat in normale omstandigheden voldoende. Maar bij een grote crisis of een militair conflict kan het riskant zijn om volledig afhankelijk te zijn van mobiele netwerken en digitale communicatie. Daarom wil de overheid meerdere manieren houden om mensen snel te kunnen waarschuwen.
Het nieuwe sirenenetwerk kost naar verwachting 100 miljoen euro om aan te leggen. Daarna zijn de jaarlijkse kosten ongeveer 6 miljoen euro. Defensie gaat meebetalen, maar waar al het geld precies vandaan komt, is nog niet bekend. Een woordvoerder van Defensie laat weten dat het in ieder geval niet ten koste gaat van investeringen in defensie.
Met het besluit komt het kabinet tegemoet aan een wens van een meerderheid van de Tweede Kamer. Die vond dat het luchtalarm, ondanks de komst van moderne waarschuwingssystemen, een belangrijke rol moet blijven spelen bij noodsituaties.
Moet Nederland blijven investeren in het luchtalarm, nu bijna iedereen een smartphone heeft? Daarover verschillen de meningen.
Arjen Littooij, directeur van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, zegt in Dit is de dag (EO) dat hij blij is dat het luchtalarm behouden blijft. Hij vindt dat Nederland niet moet kiezen tussen de sirenes en het NL-Alert. Volgens hem vullen de systemen elkaar juist aan.
Arjen Littooij
Directeur Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond"Wij vinden het belangrijk om een robuust systeem te houden. De minister heeft nu aangegeven dat het systeem gemoderniseerd en breder inzetbaar wordt. Dat vind ik een goede ontwikkeling. Bovendien wordt het breder toegepast: niet alleen bij bijvoorbeeld een gifwolk of hoogwater, maar ook bij militaire dreiging en dreiging van drones. Dat past goed bij deze tijd van toenemende geopolitieke spanningen."
Wouter Jong, universitair docent Crisiscommunicatie in Leiden, vindt het huidige luchtalarm verouderd. Wat mensen moeten doen als het afgaat, is onduidelijk. Juist daarin ziet hij de kracht van NL-Alert.
Wouter Jong
Universitair docent crisiscommunicatie"Het luchtalarm is een vrij lomp apparaat dat alleen aan of uit kan. Inmiddels hebben we het NL-Alert-systeem, waarmee je mensen ook gerichte instructies kunt geven over wat ze moeten doen. Dat kan verschillen per situatie: bij hoogwater zijn andere maatregelen nodig dan bij een giftige wolk boven een woonwijk. Daarom is NL-Alert een beter middel om een grote groep mensen te bereiken. De dekking is inmiddels ongeveer 95% in Nederland. Toen het NL-Alert in 2010 werd geïntroduceerd, konden nog niet alle telefoons de berichten ontvangen, maar tegenwoordig is dat vrijwel overal het geval. Het bereik is daardoor in de loop der jaren sterk toegenomen."
Volgens Jong is het een misverstand dat het bereik van het luchtalarm groter zou zijn.
Wouter Jong
Universitair docent crisiscommunicatie"Mensen die bijvoorbeeld in de file staan, zullen het luchtalarm waarschijnlijk niet horen, doordat auto’s tegenwoordig goed geïsoleerd zijn. Datzelfde geldt voor woningen. Daardoor bereik je simpelweg niet iedereen. Daarnaast zijn er ook situaties geweest waarin mensen het alarm wel hoorden en naar buiten gingen om te kijken wat er aan de hand was, terwijl dat in sommige gevallen juist niet de bedoeling is."
Littooij erkent dat het bereik van NL-Alert groter is, maar blijft erbij dat een combinatie van beide systemen de beste oplossing is.
Arjen Littooij
Directeur Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond"Meneer Jong zet het NL-Alert tegenover de sirenes, maar zo zie ik het niet. Ik ben juist voorstander van allebei. We worden gewaarschuwd om ons voor te bereiden op 72 uur stroomuitval, maar als je telefoon het niet meer doet, heb je niets aan NL-Alert. Daarnaast is er ook een grote groep mensen die laaggeletterd is, een taalbarrière heeft of minder digitaal vaardig is. Het is dus niet óf-óf, maar én-én: zowel NL-Alert als de sirenes. Zo heb je altijd een back-up als één van de systemen uitvalt."
Die combinatie van systemen, daar kan Jong zich wel in vinden. Maar dan wel met het luchtalarm in een nieuwe vorm, dus met verschillende signalen die afgegeven kunnen worden.
Wouter Jong
Universitair docent crisiscommunicatie"In de nieuwe vorm is daar niets op tegen, omdat je per risico een ander signaal kunt geven. Dat vraagt wel om goede uitleg aan mensen, dus ook om voorlichtingscampagnes. De laatste keer dat het luchtalarm werd ingezet was bij het hoogwater in Limburg. Toen gingen mensen naar binnen, terwijl juist de bedoeling was dat ze zouden evacueren. Mensen zijn zo gewend geraakt aan het idee dat je bij het alarm direct ramen en deuren sluit, dat ze dat automatisch gaan doen."
Littooij zou juist liever het huidige luchtalarmsyteem, dat alleen aan of uit kan, willen behouden.
Arjen Littooij
Directeur Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond"Die sirene was juist zo goed in z’n eenvoud. De boodschap was helder: sluit ramen en deuren en stem af op de rampenzender. Het is juist een geschikt middel als aanvulling op het NL-Alert. Het is een instrument dat je maar zelden inzet, maar áls je het inzet dan weet je dat er iets aan de hand is."
Benieuwd naar het hele gesprek? Luister hier naar Dit is de dag (EO) waarin presentator Jan Willem Wesselink in gesprek gaat met Wouter Jong (Universitair docent crisiscommunicatie) en Arjen Littooij (directeur Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond). Luister jij liever via een ander kanaal? Klik hier om het gesprek af te spelen op jouw favoriete podcast-app.
De weergave van Spotify vereist jouw toestemming voor social media cookies.

