
Leestijd: 6 minDoor Lydia Kruin-Fris
Carel Peeters (44) groeide op in een woonwagencentrum, maar kon er door een tekort aan standplaatsen niet blijven wonen. Hij mist het leven in de gemeenschap en strijdt tegen heersende stereotypen. "Ik werd pas serieus genomen toen ze wisten dat ik naast woonwagenbewoner ook hoogleraar ben."
"Ik ben de eerste hoogleraar die is opgegroeid in een woonwagencentrum. Het lag meer in de lijn der verwachting dat ik net als mijn familieleden in de autohandel zou gaan werken of een eigen bedrijfje zou starten. Maar nu ben ik leerstoelhouder en hoogleraar Statistiek in Wageningen."
Carel ervaart de twee plekken – het woonwagencentrum en de academie – als twee verschillende werelden. "In de woonwagencultuur gaan mensen veel warmer met elkaar om. Mensen die je aardig vindt, spreek je aan met een bijnaam. Dat is op de universiteit toch echt niet gepast."
"De groep is belangrijker dan het individu."
In de woonwagengemeenschap in Wijchen waar Carel opgroeit, draait het om de zorg voor elkaar als familie. "De ouderen worden verzorgd en opgevangen, mantelzorg verlenen is vanzelfsprekend. Op het kamp leven we volgens een andere tijd, een tijd zonder agenda’s, waarin je altijd bij elkaar mag binnenlopen en mag mee-eten. De groep is belangrijker dan het individu."
Dat er ook sociale problemen spelen in woonwagenkampen, ontkent Carel niet. "Als je uitzoomt zie je altijd dat er een onevenredig groot aandeel van de sociale problemen voorkomt bij minderheden. Maar je moet bij woonwagenbewoners bedenken dat hun manier van leven zo is tegengewerkt dat de schuld voor die problemen niet bij hen ligt."
Carel legt dat uit. "Mijn voorouders zijn slachtoffers van tactloos overheidsbeleid: beleid dat over hen ging en niet met hen samen werd gemaakt. Zij – Roma, Sinti, en kermisreizigers – waren gewend rond te reizen en hun werk op verschillende plekken te doen, daar waar hun ambacht nodig was. Maar door de invoering van de Woonwagenwet in 1968 werden ze gedwongen op één vaste plek te wonen en werd reizen verboden. Als je mensen dwingt hun levensstijl drastisch te wijzigen, zonder daarbij hulp te bieden, is het niet gek dat er sociale problemen ontstaan. Dan zoek je manieren buiten de maatschappij om in je levensonderhoud te kunnen voorzien."
"Veel woonwagenbewoners durven niet te zeggen waar ze wonen als ze solliciteren."
Die problemen hebben negatieve beeldvorming in de hand gewerkt. "De beeldvorming wordt nog steeds beheerst door kwetsende stereotypen: woonwagenbewoners zijn crimineel, het zijn belastingontduikers, hun kinderen gaan niet naar school. Terwijl die problemen in veel gevallen niet meer spelen of nooit hebben gespeeld. Maar nog altijd is het voor woonwagenbewoners lastiger een verzekering af te sluiten of een hypotheek te krijgen. Veel woonwagenbewoners durven niet te zeggen waar ze wonen als ze solliciteren."
Ondanks dat het maatschappelijk gezien beter gaat in veel woonwagenkampen, merkt Carel dat de woonwagencultuur in Nederland onder druk staat. "Er is een tekort aan duizenden standplaatsen, waardoor woonwagenbewoners worden gedwongen hun kinderen te zien opgroeien op een manier die niet past bij hun cultuur. Ook voor mij was er geen standplaats. Ik woon al sinds mijn achttiende in een stenen huis buiten het kamp en had graag de optie gehad in het kamp te kunnen wonen."
Al jaren maakt hij zich bij de gemeente hard voor extra standplaatsen in Wijchen. "Het is belangrijk dat het woonwagenbeleid een vast onderdeel wordt van het reguliere woonbeleid van de gemeente. Dan kunnen alle identiteiten bestaan en heeft iedere groep toekomstperspectief. De woonwagencultuur is een cultuur die het verdient behouden te blijven. Gelukkig is er wel iets van schot in de zaak en komen er na lang wachten twintig standplaatsen bij. Voor die plekken komt een wachtlijst, waar ik me ook voor inschrijf."
Daarbij hoopt Carel dat woonwagenbewoners in het algemeen serieuzer worden genomen. "De eerste paar keer dat ik contact had met een beleidsambtenaar werd ik benaderd alsof ik een ongeletterde debiel was. Ik vond het heel confronterend dat ik pas serieus werd genomen toen ze wisten dat ik naast woonwagenbewoner ook hoogleraar ben." Ondanks dat hij al lang niet meer in een woonwagen woont, ziet hij zich nog wel als woonwagenbewoner.
Strijden tegen de heersende stereotypen van woonwagenbewoners is lange tijd Carels brandstof geweest voor zijn wetenschappelijke carrière. "Ik had toch een soort bewijsdrang.” Maar het kost tijd voor Carel zich in de academische wereld helemaal thuis voelt. “Ik heb me moeten leren aanpassen. Tijdens mijn promotietraject had ik bijvoorbeeld problemen met mijn promotor. Dankzij mijn vrouw is het niet geëscaleerd."
Het aanpassen gaat gepaard met verwijdering van de gemeenschap waarin Carel is opgegroeid. "Het is ook een veel voorkomende ontwikkeling dat mensen uit een minderheidsgroepering niet weten waar ze bij horen als ze maatschappelijk gezien succes maken. Dat had ik ook. Ik probeerde in beide werelden te blijven staan, en dat kostte me in het begin heel veel energie. Gelukkig voel ik me nu in beide werelden comfortabel."
"Ik voel me geregeld opgesloten in het huis waar we wonen."
Wel vindt Carel het lastig dat hij de manier waarop hij zelf is opgegroeid niet kan doorgeven aan zijn eigen kinderen. "We bezoeken mijn ouders op het kamp wel vaak, dus dan krijgen mijn kinderen er iets van mee. Toch voel ik me geregeld opgesloten in het huis waar we wonen, en ervaar ik de mensen in de buurt als individualistisch. Terwijl mijn vrouw altijd zegt dat ze de woonwagencultuur bij mij terugziet in het feit dat de keuzes die ik maak juist gericht zijn op de mensen om me heen."
In de toekomst hoopt Carel toch met zijn gezin meer te kunnen reizen. "En dat we misschien ergens een stuk land in Ierland kunnen kopen. En ik hoop natuurlijk een blijvende nalatenschap te hebben in de wetenschap."
In Dit is de kwestie (EO) gaat Johan Eikelboom verder over dit onderwerp in gesprek. Bekijk de volledige uitzending hier.
Wil jij de aflevering liever streamen? Klik hier om de aflevering te bekijken via NPO Start.

Melanies woonwagenfamilie wordt door de gemeente gediscrimineerd: 'Mijn verloving is erdoor stukgegaan'

Worden woonwagenbewoners in Nederland gediscrimineerd? 'Ik zit liever in een caravan op het kamp dan in een huis erbuiten'