
Leestijd: 7 minDoor Lydia Kruin-Fris
Melanie Duister (32) had al tien jaar geleden moeder willen worden in het woonwagenkamp waarin ze zelf is opgegroeid. Maar omdat de gemeente de beloofde bouw van extra standplaatsen tegenhoudt, staat haar leven al jaren stil. "We worden behandeld als mensen zonder fatsoen en hersenen, maar we willen gewoon gelijk behandeld worden."

Worden woonwagenbewoners in Nederland gediscrimineerd? 'Ik zit liever in een caravan op het kamp dan in een huis erbuiten'
"Stel: je bent katholiek, maar de kerken zitten vol. Je krijgt de belofte dat er een kerk bijgebouwd wordt, maar een flinke tijd later krijg je ineens te horen dat je maar genoegen moet nemen met de moskee die er al staat. Dat zou je niet pikken, want die moskee hoort niet bij het geloof en de cultuur die je je kinderen wilt meegeven. Die kerk hoort bij je identiteit, toch?"
Er ligt nadruk in Melanies stem. "Precies zo voelt het voor ons: wonen in woonwagens is onderdeel van onze cultuur, identiteit en trots. Er waren ons extra standplaatsen beloofd zodat we de cultuur konden voortzetten, maar nu verhindert de gemeente ons zonder goede reden die plekken te realiseren en dwingt die ons in huizen te wonen. Onze cultuur wordt tegengewerkt, we worden openlijk gediscrimineerd."
De voorouders van Melanie leidden een rondtrekkend bestaan, maar dat verandert als in 1968 de Woonwagenwet wordt ingesteld, die reizen onmogelijk maakt. "Voor mijn opa en oma werd het verplicht een vaste standplaats te houden. Daarmee werd al een stuk van hun cultuur afgepakt. Ze zijn uiteindelijk 48 jaar geleden naar Heesbeen gekomen om een woonwagenkamp op te zetten. Ze hadden vanuit de gemeente de belofte gekregen ruimte te krijgen voor woonwagens voor hun nageslacht, maar nu houdt de gemeente de standplaatsen tegen."
"We zijn in feite één huishouden met verschillende voordeuren, zonder deurbellen, want iedereen mag altijd binnenlopen."
Verspreid over vijf woonwagens wonen nu veertien familieleden in het woonwagenkamp waar ook Melanie woont. "Ik ben hier geboren en weet niet beter dan dat ik hier met mijn familie woon. In onze woonwagencultuur is familie het waardevolste dat er is. Mijn familie is mijn alles. Mijn neven en nichten voelen als broers en zussen en iedereen is er door dik en dun voor elkaar. We doen alles samen, zorgen voor elkaars kinderen en als iemand in het ziekenhuis ligt, regelt de ander de was en het eten. We zijn in feite één huishouden met verschillende voordeuren, zonder deurbellen, want iedereen mag altijd binnenlopen."
Ze glimlacht. "Als ik vroeger het eten niet lekker vond dat mijn moeder aan het koken was, liep ik gewoon naar mijn tante en vroeg ik wat zij ging maken. Beviel me dat ook niet, liep ik door naar opoe. Ik at gewoon waar het eten het lekkerst was." Omdat er geen standplaatsen bij zijn gekomen, zijn verschillende neven en nichten en ook Melanies zus tegen hun wil in in een huis buiten het kamp gaan wonen.
Eerst houdt de gemeente de bouw van extra standplaatsen tegen door te wijzen op brandgevaar, later vanwege geluidsoverlast. "We hebben het gevoel dat ze het er echt om doen, want op de oplossingen die we aandragen, namelijk akoestische en brandwerend bouwen, krijgen we al lange tijd geen reactie. Terwijl we serieuze oplossingen aandragen die passen bij de geldende normen."
Toch moet er iets gebeuren, want Melanies leven staat al jaren stil. "Als ik een eigen standplaats had gehad en niet meer bij mijn ouders in de woonwagen hoefde te wonen, was ik al getrouwd geweest en had ik nu waarschijnlijk kinderen. Eerder was ik namelijk verloofd. We waren in afwachting van een vak, maar de relatie ging stuk omdat daar maar geen perspectief op kwam. Mijn partner wilde niet blijven wachten. Ik weet niet hoelang het nog duurt voor ik hier een eigen plek krijg, maar ik weet wel dat ik dit kamp niet kan achterlaten. Ik wil hier moeder zijn, en deze cultuur meegeven aan mijn kinderen. Mijn kinderen gaan zoveel moois missen als ik buiten het kamp ga wonen."
Omdat de behandeling van het woonwagenkamp in Heesbeen door de gemeente riekt naar discriminatie, stapt Melanie in januari 2026 naar het College voor de Rechten van de Mens. En ze wordt erin gelijkgesteld dat het college van Heusden zich schuldig heeft gemaakt aan verboden onderscheid door ras door Melanie geen perspectief te bieden op een woonwagenstandplaats. Het college is gevraagd verbetermaatregelen te treffen. "Maar na deze uitspraak hebben we niets meer van de gemeente gehoord. We hopen met elkaar om tafel te kunnen zitten om in goed overleg stappen te kunnen gaan zitten."
Buurtbewoners leven mee met de situatie van Melanie en haar familie. "Mensen uit het dorp komen geregeld in het woonwagenkamp buurten, er is een open sfeer. Zij snappen ook niet dat er niet wordt bijgebouwd en steunen ons. Ons kamp wordt ook altijd een ‘voorbeeldkamp’ genoemd, met allemaal nette, hardwerkende mensen. Het is jammer dat de gemeente vooral vooroordelen over woonwagenkampbewoners lijkt te hebben, maar die kloppen niet. We betalen gewoon belasting, verbouwen geen wiet en de kinderen gaan gewoon naar school. We werken net zo hard als iedereen. Toch is men bewust bezig een bepaalde manier van leven te laten uitsterven. Eerst mochten we niet meer reizen, nu mogen er geen standplaatsen bij."
"Bij een sollicitatie vertel ik niet dat ik een kamper ben, want dan word ik niet aangenomen."
Al haar hele leven maakt Melanie mee dat ze om haar cultuur anders wordt behandeld. "De juf op de basisschool kon voor mij extra subsidie krijgen, omdat ik een ‘woonwagenkind’ was, en dus zogenaamd lastig zou zijn. Bij een sollicitatie vertel ik niet dat ik een kamper ben, want dan word ik niet aangenomen. En als je als kamper een gesprek wil met iemand van de gemeente, is er een speciale woordvoerder van een extern bureau die als tussenpersoon fungeert, omdat woonwagenkampen automatisch onder ‘probleemwijken’ vallen. We worden behandeld als agressievelingen, of als mensen zonder fatsoen en hersenen. Als tweederangsburgers. We willen gewoon gelijk behandeld worden."
Maar als mensen Melanie en haar familie leren kennen, wordt hun beeld van woonwagenbewoners aangepast. "Omdat we niet voldoen aan het beeld dat mensen erbij hebben. We doen niemand kwaad en draaien gewoon mee in de maatschappij. Toch steekt het als mensen die ons niet kennen onredelijk doen. Als wij iets moois hebben gekocht, is het meteen verdacht."
Zolang er een sprankje hoop is op extra plekken, blijft Melanie bij de gemeente aankloppen. "Ik hoop dat ik hier ooit een gezin kan stichten, al is daten op dit moment lastig zonder toekomstperspectief. Het is een dringende situatie, want ik ben ook al 32 jaar. Toch voel ik dat ik op mijn strepen moet staan, dat ik dit onrecht niet kan laten gebeuren. Het is gewoon schandalig dat we worden gediscrimineerd. Nu heb ik geen toekomst, maar ik blijf ervoor vechten."
In Dit is de kwestie (EO) gaat Johan Eikelboom verder over dit onderwerp in gesprek. Bekijk de volledige uitzending hier.
Wil jij de aflevering liever streamen? Klik hier om de aflevering te bekijken via NPO Start.

Worden woonwagenbewoners in Nederland gediscrimineerd? 'Ik zit liever in een caravan op het kamp dan in een huis erbuiten'