
Leestijd: 7 minDoor Lydia Kruin-Fris
De Nederlandse woonwagencultuur staat onder druk. In het hele land zijn er sinds 2018 nog geen honderd woonwagenplekken bijgekomen, waar er duizenden nodig zijn. En dat terwijl de overheid heeft bepaald dat gemeentes verplicht zijn om de woonwagencultuur te beschermen. Worden woonwagenbewoners gediscrimineerd? "Wonen in een woonwagenkamp is een identiteitskwestie."
De Nederlandse woonwagencultuur gaat al eeuwen terug, waarin vrijheid, zelfstandigheid en leven in familieverband een grote rol spelen. De cultuur bestaat niet uit één vaste groep met één vaste leefstijl. Zo is er diversiteit aan bijvoorbeeld reizigers, Sinti en Roma.
Veel woonwagens en caravans lijken tegenwoordig op kleine huizen, maar voor bewoners is het belangrijk dat de woonwagen geen 'gewoon rijtjeshuis' is.
Op het gebied van huisvesting en beleid ontstaan er niet zelden problemen met betrekking tot de woonwagencultuur. Veel gemeenten voeren een 'uitstelbeleid', dat inhoudt dat bestaande standplaatsen verdwijnen en nieuwe worden tegengehouden. Dit leidt tot lange wachtlijsten en druk op de cultuur, omdat jongeren niet door kunnen stromen naar een eigen plek.
Toch stelt de Rijksoverheid sinds 2018 dat de woonwagencultuur beschermd moet worden, omdat wonen in een woonwagen onderdeel kan zijn van een culturele identiteit. Monitoring en rapporten laten echter zien dat de groei van het aantal standplaatsen nog steeds erg klein is. Eind 2022 telde Nederland 9.364 standplaatsen, tussen 2020 en 2022 kwamen er netto ongeveer 49 standplaatsen bij.
Negatieve beeldvorming speelt een grote rol in hoe woonwagenlocaties worden gezien en in hoe beleid wordt gemaakt. Woonwagenbewoners worden in beleid en media vaak neergezet als 'asociaal' en 'crimineel'. Ook het College voor de Rechten van de Mens wijst erop dat woonwagenbewoners discriminatie kunnen ervaren bij diensten zoals verzekeringen, leningen en zelfs bezorging van huis-aan-huisbladen.
De Nationale Coördinator tegen Discriminatie en Racisme spreekt over een lange lijn van tegenwerking van woonvorm en woonwagencultuur, met name tussen 1999 en 2018, toen er sprake was van 'uitsterfbeleid'. Woonwagenlocaties zijn in die periode stelselmatig als disfunctioneel en onwaardig beschreven, wat heeft geleid tot een snelle afname van het aantal standplaatsen.
Nu lijken gemeenten de voorkeur te geven aan zogenaamd 'uitstelbeleid'. Veel woonwagenbewoners zijn nog altijd op zoek naar een goed onderhouden en betaalbare standplaats en woonwagen, maar worden daar nauwelijks in ondersteund. Toch benadrukte de ombudsman in 2021 al dat gemeentelijk beleid echt moet leiden tot extra standplaatsen en minder onzekerheid.
Rechterlijke en mensenrechten-oordelen hebben dit onderwerp de laatste jaren verder op scherp gezet. In 2024 oordeelde de Rechtbank Den Haag dat de gemeente Den Haag discrimineerde door niet uit te breiden. In maart 2026 oordeelde het College voor de Rechten van de Mens dat Wassenaar discrimineerde door geen huuroptie te bieden en door een te strenge overdrachtsregel binnen de familie te willen invoeren.
Sinds vorig jaar is er ook extra aandacht voor erkenning van woonwagencultuur als erfgoed. De Raad voor Cultuur zette de woonwagencultuur in maart 2026 op een voorselectie voor een mogelijke UNESCO-nominatie in 2027. Dit kan helpen voor zichtbaarheid en waardering, maar lost het standplaatsentekort niet meteen op.
Melanie wil net als andere vrouwen van haar leeftijd op zichzelf wonen. Maar wel in het kamp waar ze geboren en getogen is. Ze strijdt al jaren voor een standplaats, maar de gemeente houdt dit steeds tegen. Daarom woont ze nu illegaal in een caravan, naast de woonwagen van haar ouders.
Melanie Duister
Wacht op een standplaats in woonwagenkamp"Ik zit liever hier dan in een huis, al ben ik 32 jaar. Hier ben ik thuis. Een huis maakt me niet per se gelukkig, de mensen om me heen laten me thuisvoelen."
Er is op het kamp plek voor twee extra woonwagens, maar de gemeente geeft tot nu toe, in verband met brandveiligheid en geluidsoverlast, geen toestemming om te gaan bouwen.
Melanie Duister
Wacht op een standplaats in woonwagenkamp"Ze verzinnen allerlei regeltjes en dan hebben we daar een antwoord op. Ik heb nog een heel rapport op laten sturen dat het allemaal wel kan, ook geluidswerend bouwen. Maar daar willen ze dan niets over horen."
In feite is het nu wachten tot iemand van de familie doodgaat voor er een plekje in het woonwagenkamp vrijkomt.
Melanie Duister
Wacht op een standplaats in woonwagenkamp"Iedereen die geboren is op het kamp, zou op het kamp willen blijven wonen. Mijn leven staat gewoon op pauze, ik kan geen gezin stichten, niet trouwen, omdat ik wil wachten op een vak. Ik hoor hier gewoon. Dit is mijn thuis. We geven het niet op."
Ook Carel groeide op in een woonwagenkamp. Hij trouwde met een vrouw van buiten het kamp en woont nu al dertien jaar in een stenen huis. Toch mist hij nog iedere dag het leven in een woonwagenkamp.
Carel Peeters
Groeide op in een woonwagenkamp"Ik voel me een beetje opgesloten. Ik besef dat het een prima wijk en prima huis is, dus ergens kan het verwend klinken, maar ik ben anders gewend. In het woonwagenkamp leven we veel buiten, met familie dichtbij elkaar. Hier voel ik me ingesloten, dat de muren een beetje op me afkomen. Op het kamp kan je altijd bij iemand binnenlopen, je komt en gaat wanneer je wil. Je hebt geen agenda's nodig. Hier ken je de mensen bijna niet. Mensen zijn heel individualistisch."
Zo vaak hij kan, ontvlucht Carel zijn woonwijk. De stille straten, de stenen huizen: het voelt nooit echt als thuis. Hij brengt graag een bezoek aan zijn ouders in het woonwagenkamp, waar de deuren altijd voor hem openstaan. Carels vader, Carel sr., maakt al zijn hele leven mee dat het woonwagenleven wordt tegengewerkt. Ook op hun kamp is er een tekort aan standplaatsen.
Carel Peeters sr.
Woont in een woonwagenkamp"Als er een woonwijk gebouwd moet worden met duizend woningen, dan wordt dat gerealiseerd, geen probleem. Maar hier zijn we al tweeëneenhalf jaar aan het vechten voor twintig standplaatsen. Het voelt als discriminatie. We hebben onze eigen cultuur, maar ik heb het gevoel dat de overheid en de gemeente ons niet begrijpen. Dat ze vinden dat iedereen maar gewoon zo moet wonen zoals zij dat doen. Ik vind dat niet."
Carel jr. is de eerste reiziger die hoogleraar is geworden. Hij heeft zijn hele leven discriminatie en onbegrip ervaren, en zet zich nu in om de gemeente bewust te maken van het belang van extra standplaatsen.
Carel Peeters
Groeide op in een woonwagenkamp"Het wonen in een woonwagen is een identiteitskwestie, en daarmee een mensenrechtenkwestie. Wij voelen procedurele onrechtvaardigheid omdat we het gevoel hebben dat onze behoeftes er niet toe lijken te doen."
Met zijn positie in de samenleving is Carel zich ervan bewust dat hij stereotypen kan wegnemen. Hij heeft namelijk al vaak gemerkt dat ambtenaren tegen hem begonnen te praten alsof hij vijf jaar oud en niet helemaal goed bij zijn verstand was. Als die mensen dan te horen kregen dat Carel hoogleraar is, krabden ze zich verbaasd achter de oren. Carel hoopt vooral dat standplaatsen en woonwagens een vast onderdeel mogen worden van het gemeentelijk woonbeleid, en daarvoor blijft hij zich inzetten.
In Dit is de kwestie (EO) gaat Johan Eikelboom verder over dit onderwerp in gesprek. Bekijk de volledige uitzending woensdag 1 april op NPO2.
Wil jij de aflevering liever streamen? Klik hier om de aflevering te bekijken via NPO Start.

Ernstig zieke Christien heeft zorg nodig, maar buren verhinderen mantelzorgwoning voor haar zoon: 'Voelt machteloos'

Veel obstakels als je een mantelzorgwoning wilt plaatsen: 'Onze buren liggen dwars'