
Leestijd: 6 minDoor Boudewijn Drechsler
Ons inkomen is de afgelopen 50 jaar niet gestegen terwijl de winst van onze arbeid ondertussen is verdubbeld. En daarvan ging niets naar ons maar naar het bedrijfsleven en de werkgevers. In plaats daarvan zijn we steeds afhankelijker van allerlei toeslagen. Dat is niet alleen oneerlijk maar ook funest voor onze economie waarschuwen economen Paul Schenderling en Martin Visser. "Ons loon zou tientallen procenten hoger moeten liggen."
Econoom Paul Schenderling onderzocht onlangs de loonontwikkeling vanaf de jaren 60 tot nu toe. En hij ontdekte daarin iets heel bijzonders: van 1960 tot 1979 stijgt ons reële loon jaarlijks maar daarna blijft de grafiek tot aan vandaag zo plat als een pannenkoek. De productiviteit van gewone werknemers, dus wat hun werk oplevert, is in diezelfde periode juist sterk gestegen en zelfs verdubbeld.
Al de winst die dat opleverde ging naar de bedrijven en werkgevers, niet naar de werknemers. En dat was nu net niet het idee achter het vooruitgangsdenken en de technologische ontwikkelingen na de Tweede Wereldoorlog. Dat zou in dienst moeten staan van de werkende Nederlanders. En dat niet alleen: het blijkt ook destructief te zijn voor onze huidige economie volgens Schenderling en zijn collega econoom Martin Visser. Jarenlang dacht men dat lage lonen goed waren voor onze economie omdat we zo dachten te kunnen concurreren met de landen om ons heen. Niets blijkt minder waar te zijn.
Hebben we te lang gepolderd en geluisterd naar het bedrijfsleven en ons bang laten maken met het verhaal dat hogere lonen onze positie op de wereldmarkt zouden schaden? Brengen hogere hogere lonen en sterkere vakbonden, die echt voor de werknemers gaan in plaats mee te denken met het bedrijfsleven, de verloren balans terug? En krijgen we zo weer een weerbaardere economie die drijft op innovatie in plaats van kunstmatig laag gehouden lonen? 'Ja!' roepen economen Paul Schenderling en Martin Visser. En ze lichten dat graag toe.
Schenderling kijkt eerst terug tot in de jaren zestig van de vorige eeuw. Een periode die, met de Tweede Wereldoorlog nog vers in het geheugen, bol stond van het vooruitgangsdenken. En niet alleen van denken: de technologische ontwikkelingen volgden elkaar zo snel op waardoor arbeid steeds efficiënter werd en dus steeds meer opleverde. Zozeer dat nu, anno 2026, een gewerkt uur dubbel zoveel opbrengt als in de jaren 60. En het idee vanuit de overheid indertijd was nu juist dat dat ten goede zou komen aan ons allemaal. Schenderling noemt dat het sociale contract. Dat ging goed tot aan 1979, ontdekt hij. Daarna profiteert de werknemer niet meer van de groeiende productiviteit, dus de vruchten van zijn eigen arbeid. En dat was tegen de 'afspraak' of het idee van de zogenaamde vooruitgang.
Paul Schenderling
Econoom"Deze hele ontwikkeling is tegen het zogenaamde sociaal contract van na de Tweede Wereldoorlog: Dat was: zorgen voor een innovatieve economie waarin de arbeidsproductiviteit groeit en waarin werknemers een deel van die winst ook kunnen incasseren. Dat sociale contract is eigenlijk vanaf 1979 verbroken."
Die winst gaat sindsdien dus naar de bedrijven en de werkgevers en niet naar de gewone werknemers. En dat is niet alleen onrechtvaardig, het is ook niet goed voor de werknemer en voor de economie.
Paul Schenderling
Econoom"Ondertussen worden steeds meer mensen afhankelijk van allerlei toelagen en correcties en compensaties van de overheid om maar financieel niet kopje onder te gaan. Met daarbij het gevoel dat je afhankelijk bent van de overheid terwijl je daarvoor trots met je eigen salaris je eigen broek kon ophouden. Heel veel gewone Nederlandse gezinnen kunnen nu niet meer trots hun eigen broek ophouden. Die zijn permanent afhankelijk geworden van een enorm toeslagencircus."
Naast een slecht gevoel schept dat ook onzekerheid.
Paul Schenderling
Econoom"Want als jouw toeslag om welke reden dan ook wordt afgekeurd - we kennen allemaal de toeslagenaffaire - dan ga je financieel kopje onder. Ik denk dat dat echt een heel kwalijk gevolg is van die afgelopen 50 jaar loonmatiging, dus kunstmatig laag gehouden lonen.”
De volgende vraag is dan: waarom stegen de lonen niet mee met de winsten van de bedrijven? En waarom was er geen vakbond die op de barricaden stond voor de werknemer? Econoom Martin Visser kan dat wel uitleggen:
Martin Visser
Econoom"Allemaal onder het mom van internationale concurrentiekracht. Dat idee hebben ook de vakbonden overgenomen. En nu zitten we met enorm 'verantwoordelijke' vakbonden waar we dus direct vanaf moeten. Die vakbonden moeten gewoon weer hartstikke links, rood en socialistisch worden, want daar zijn ze voor! Die moeten gewoon opkomen voor het platte belang van hun achterban en niet op voorhand al meebewegen en meedenken met de werkgevers."
Maar was dat niet ons ozo geprezen poldermodel? Als we het verhaal van deze economen horen blijkt dat dus niet zo goed uitgepakt te hebben voor de werknemer. Maar het gaat nog verder: het was helemaal nooit nodig om de lonen te laag te houden.
Martin Visser
Econoom“De vraag is: willen wij in Nederland groot worden met lage lonen of willen we het van hele andere dingen hebben? Nou, Ik weet het antwoord al. En daarbij: het is echt niet zo dat wij ineens het duurste land van Europa worden en dat we ons vanwege loonkosten uit de markt prijzen. Onze loonmatiging gaat ondertussen niet alleen ten koste van de werknemers maar ook van Europese landen waar de lonen wel gewoon zijn meegestegen. Wij maken ons kunstmatig goedkoop ten koste van andere landen en de gewone werknemer. Ons hele 'exportsucces' is te danken aan aan deze truc."
Maar er zijn meer vervelende en gevaarlijke gevolgen van de loonmatiging volgens Paul Schenderling:
Paul Schenderling
Econoom"Er is bijna geen land in West-Europa, wat zulke slechte productiviteitscijfers heeft als Nederland (dus de opbrengst van de arbeid per werknemer. red.). Om dat eventjes heel concreet te maken: als je het werk van gewone werknemers kunstmatig goedkoop maakt, dan pamper je de werkgevers. Die hoeven verder namelijk geen fluit te doen aan het nog productiever maken van de werknemers. Arbeid is immers toch al goedkoop. Ze kunnen gewoon cashen zonder dat te hoeven investeren in innovatie. De productiviteitsontwikkeling in Nederland is daardoor helemaal uit balans geraakt.”
Dat we perse veel willen exporteren en goedkoop willen zijn, is dus geen slimme keuze. Maar wat is dan wel slim? Hiervoor kijkt Schenderling naar de Scandinavische landen:
Paul Schenderling
Econoom"Die Scandinavische landen hebben flink hoge reële lonen, ten opzichte daarvan zijn onze lonen echt heel laag. Maar ze hebben ook stevige sociale zekerheidsvoorzieningen plus nog steeds een enorme productiviteitsgroei per werknemer. Dus zij hebben die cirkel omhoog weten te vinden, waardoor het nu de meest productieve economieën zijn."
Hoewel we dus meer hadden moeten verdienen, is volgens Schenderling niet makkelijk precies boven tafel te krijgen maar hij denkt aan tientallen procenten. Martin Visser wijst op de cruciale rol van vakbonden om de lonen nu in ieder geval hoger te krijgen en te houden:
Martin Visser
Econoom"Met die ogen kijk ik ook naar al die ellende bij de FNV van de aflopen jaren. Ik denk dat het voor het evenwicht en voor de balans echt belangrijk is dat er een stevige vakbond staat die zegt: 'Ze kunnen allemaal mijn rug op. We houden vast aan hogere lonen!' En die ruimte is er dus ook gewoon.”
Hij voegt daar nog aan toe:
Martin Visser
Econoom"En werkgevers die nu nog denken dat ze het alleen van lage lonen moeten hebben, hebben gewoon een verkeerd bedrijfsmodel gekozen. Dat is gewoon helder. Lage lonen hebben bijvoorbeeld ook impact op de manier waarop er tegen arbeidsmigratie wordt aangekeken. Onze toekomst ligt gewoon niet in de lage lonen. En dat is nog los van de bestaanszekerheid en het sociale aspect. Het is economisch gezien helemaal niet wijs.”
In de podcast Geld of je Leven (EO) gaat Hans van der Steeg verder over dit onderwerp in gesprek. Beluister de uitzending hieronder via spotify.
De weergave van Spotify vereist jouw toestemming voor social media cookies.

Stijgen de lonen te hard? 'Misschien kunnen bedrijven het niet betalen'

De lonen gaan omhoog: de eerste stap naar bestaanszekerheid?