
Leestijd: 6 minDoor Jessica Rijsdijk
Jarenlang zoekt Ger Daverveld (74) naar een geschikte plek in een verpleeghuis voor zijn vrouw Ine, die dementie heeft. Als thuis wonen echt niet langer gaat, komt er eindelijk plek vrij in een woonzorgcentrum in Eindhoven. Maar al snel gaat het mis.
Na een val tijdens het fietsen breekt Ine haar enkel op twee plekken. Vanaf dat moment is de situatie thuis onhoudbaar. "Ik moest haar 24 uur per dag in de gaten houden", vertelt Ger. "Ze begreep niet dat ze niet op haar enkel mocht staan en probeerde steeds uit bed te komen." Ger zorgt dag en nacht voor haar en slaapt nauwelijks. Hij raakt uitgeput.
Uiteindelijk ziet hij dat het zo niet langer kan. Samen met de casemanager besluit hij tot een ingrijpende stap: een opname in een verzorgingstehuis - ook al is dat nog niet de juiste plek. "Er was plek in een zorghuis in Eindhoven, gespecialiseerd in dementie", zegt hij. "Niet op de juiste afdeling, maar op een observatieafdeling, met het idee dat ze later kon doorstromen."
Ondanks zijn twijfels hakt Ger de knoop door: "Het had haast. Ik sliep niet meer, Ine was onrustig. Dus ik besloot: we doen het, in afwachting van een betere plek."
De weergave van deze video vereist jouw toestemming voor social media cookies.
De eerste weken lijkt het goed te gaan. Ine is rustig, maakt contact en lijkt haar plek te vinden in het woonzorgcentrum. "Het ging verrassend goed", zegt Ger. "We dachten dat Ine maanden nodig zou hebben om te integreren."
Maar die rust blijkt schijn. Al vanaf het begin gaat het mis met haar medicatie. Ine krijgt twee essentiële middelen: één voor haar hormoonhuishouding en één voor haar schildklier. Vooral die laatste is cruciaal en moet op een lege maag worden ingenomen, zonder andere medicatie. Dat gebeurt niet. "De schildkliermedicatie is verkeerd toegediend", zegt Ger. “Niet nuchter, en samen met een maagbeschermer. Dan wordt het hormoon niet goed opgenomen."
"Iedereen dacht: dit is einde verhaal."
Al snel gaat Ine achteruit. Ze eet steeds minder en wordt misselijk. "Waarschijnlijk dacht ze: waarom voel ik me zo? Ze ging die misselijkheid koppelen aan eten en begon het te weigeren." Even later stopt ze ook met haar medicatie. "Ine spuugde de pillen stiekem uit. Het personeel vond ze terug in haar bed."
De weergave van deze video vereist jouw toestemming voor social media cookies.
Vanaf dat moment gaat het snel bergafwaarts. "Binnen drie weken ging het helemaal mis", zegt Ger. "Ze at niet meer. Het personeel kreeg er niets meer in." Nog twee weken proberen ze door te zetten. Dan is de situatie kritiek.
Er volgt een gesprek met het zorgpersoneel. De boodschap is hard. "We kregen twee opties", vertelt Ger. "Of u laat uw vrouw hier, dan sterft ze binnen één à twee weken. Of u neemt haar mee naar huis, met een kleine kans dat ze opknapt." Voor de familie komt het als een klap. "Het was traumatisch. Voor mij, maar ook voor onze kinderen. Onze dochter uit Australië boekte meteen een ticket. Iedereen dacht: dit is einde verhaal."
Op dat moment heeft het zorgpersoneel niet door wat er echt speelt. "Zij dachten dat Ine zich verzette tegen de opname", zegt Ger. "Dat ze daarom niet meer at. Ze hoopten dat ze thuis weer zou opknappen."
Ger neemt een besluit: zo kan het niet langer. Hij haalt Ine weg uit het zorgcentrum en neemt haar mee naar huis. Daar probeert hij haar zelf weer op de been te krijgen. "Ik verdunde haar medicatie met water en spoot het in haar wangzak met een spuit, zodat ze het toch binnenkreeg."
En dan gebeurt er iets onverwachts: binnen een week knapt Ine op. "Tot ieders verbazing begon ze weer op te leven. Ze kreeg energie en wilde weer eten." Langzaam neemt ze de regie terug. "Ine zette altijd een alarm voor haar medicatie. Dat was ze kwijt, maar na anderhalve week deed ze dat weer zelf."
"Ik ben weer 100% mantelzorger."
Voor Ger is het duidelijk waar het misging. "Dit komt door de medicatie. Die is in het zorgcentrum gewoon verkeerd toegediend." Na gesprekken met artsen komen ook zij tot die conclusie.
Toch koestert Ger geen wrok richting het zorgpersoneel. "Ze waren heel betrokken. Maar ze moeten doen wat er wordt voorgeschreven en dat voorschrift was fout." Over waar de verantwoordelijkheid ligt, is hij duidelijk: "Die ligt bij de arts."
Hoewel Ine is opgeknapt, is niet alles zoals voorheen. "Ze heeft een traumatische ervaring gehad", zegt Ger. "Ze weigert nog steeds eten, omdat ze denkt dat ze daar ziek van werd." Alles wat haar aan het tehuis doet denken, schuift ze weg. "’s Morgens zet ik brood voor haar neer, maar dat duwt ze agressief weg. Ik hoop dat dat langzaam minder wordt."
Momenteel komt de zorg weer helemaal op Ger aan. "Ik ben honderd procent mantelzorger. Ine leunt volledig op mij. Ze volgt mij altijd, ze is heel trouw. Als ik ‘s morgens opsta en ik ga naar het toilet, dan duurt het nog geen tien seconden of ze staat naast mij."
"Ik heb niet het vertrouwen dat de zorg weet hoe ze met mensen zoals Ine moeten omgaan."
De toekomst baart hem zorgen. "Het is een progressieve ziekte. Op een dag moet ze waarschijnlijk toch weer ergens worden opgenomen." En juist dat maakt hem bang. "Ik heb niet het vertrouwen dat de zorg weet hoe ze met mensen zoals Ine moeten omgaan. Ze is hier op een haar na overleden, dat vergeet je niet." Voorlopig houdt hij haar daarom thuis. "Ik zorg al tien jaar voor haar. Ik ken haar door en door. Maar voor zorgpersoneel is dat veel moeilijker."
Momenteel geniet Ger van de aanwezigheid van zijn vrouw in huis. "Ze is heel vrolijk en empathisch. Ze fietst en wandelt weer. Haar enkel is gelukkig ook hersteld." Hij is dankbaar dat Ine weer is opgeknapt: "Het is een wonder dat ze er nog is. Niemand had verwacht dat ze het zou overleven, en toch is ze er nog."
In Dit is de Kwestie (EO) gaat presentator Margje Fikse verder over dit onderwerp in gesprek. Bekijk de volledige uitzending hier.
Wil jij de aflevering liever streamen? Klik hier om de aflevering te bekijken via NPO Start.

Voor dementiepatiënt Ine is er geen passend verpleeghuis, dus zorgt haar man Ger voor haar: 'Ik zie haar niet meer als mijn partner'

Dementiepatiënt Ine na lang zoeken verhuisd naar woonzorgcentrum: 'Ik mis haar met elke vezel in mijn lijf'