Praat mee op onze sites, beheer je gegevens en abonnementen, krijg toegang tot jouw digitale magazines en lees exclusieve verhalen.
Door in te loggen bevestig je dat je de Algemene Voorwaarden en Privacyverklaring van de EO hebt gelezen en begrepen.
Check de veelgestelde vragen.
Praat mee op onze sites, beheer je gegevens en abonnementen, krijg toegang tot jouw digitale magazines en lees exclusieve verhalen.
Door in te loggen bevestig je dat je de Algemene Voorwaarden en Privacyverklaring van de EO hebt gelezen en begrepen.
Check de veelgestelde vragen.
Praat mee op onze sites, beheer je gegevens en abonnementen, krijg toegang tot jouw digitale magazines en lees exclusieve verhalen.
Door in te loggen bevestig je dat je de Algemene Voorwaarden en Privacyverklaring van de EO hebt gelezen en begrepen.
Check de veelgestelde vragen.
Praat mee op onze sites, beheer je gegevens en abonnementen, krijg toegang tot jouw digitale magazines en lees exclusieve verhalen.
Door in te loggen bevestig je dat je de Algemene Voorwaarden en Privacyverklaring van de EO hebt gelezen en begrepen.
Check de veelgestelde vragen.
Er moet veel meer aandacht en steun komen voor directe naasten van iemand met zelfmoordgedachten. Juist zij zijn cruciaal bij suïcidepreventie en verder herstel. Verplegingswetenschapper Christina Hennipman-Herweijer deed onderzoek naar de impact van suïcidaliteit op de directe omgeving. En ze weet waar ze over praat: ze worstelde zelf jarenlang elke winter met ernstige suïcidale gedachten.
Onlangs lanceerde 113 Zelfmoordpreventie een indrukwekkende campagne: Lessen voor het Leven. Centraal staat een foto van een ogenschijnlijk vrolijke klas. Het blijken echter 26 jongeren die er niet meer zijn door suïcide. En elke maand overlijdt er zo’n klas met 26 jongeren door suïcide. Achter elk persoon op de foto zit een verhaal en deze verhalen moeten het gesprek over suïcide onder jongeren op gang brengen. “Maar we zien een hele schoolklas die het niet gered heeft. Dat zijn er zoveel dat we de indruk kunnen krijgen dat herstel niet mogelijk is. Dat kan gelukkig wel en dat geluid moet ook klinken”, stelt verplegingswetenschapper Christina Hennipman-Herweijer. Cruciaal bij dat herstel is de directe naaste. Toch is er nauwelijks aandacht voor deze groep.
Hennipman-Herweijer deed onderzoek naar de impact van suïcidaliteit op de naasten. En momenteel doet ze onderzoek naar hoe suïcidaliteit relaties beïnvloedt. “Een doodswens ontstaat wanneer mensen zich niet verbonden voelen met anderen, en zichzelf ervaren als een last voor hun omgeving. Dus de directe naaste is nodig voor herstel van suïcidaliteit. Tegelijkertijd weten we dat de onderlinge relaties juist onder druk komen te staan, door de angst, de spanning en het onbegrip.” Juist om naasten beter te kunnen helpen bij het ondersteunen van hun suïcidale familielid is onderzoek naar de impact van suïcidaliteit zo belangrijk. “Wat ik bijvoorbeeld merkte uit de verhalen van nabestaanden was dat zij allereerst moesten rouwen over de periode dat hun naaste suïcidaal was, waar zoveel nare dingen gebeurd waren. Daarna konden ze pas rouwen over de dood van die naaste zelf. Als dat proces al zo zwaar is, dan moeten we daar iets aan doen. En daar was dus heel weinig over bekend.”
Christina Hennipman-Herweijer
"Mijn man was de enige die wist van mijn suïcidaliteit en we moesten het dus ook echt samen redden."
Het onderzoek naar dit onderwerp, komt voor Hennipman-Herweijer niet uit de lucht vallen. Zelf kampte zij jarenlang in de winters met suïcidaliteit. En jarenlang was haar man de enige die er van wist en er hierin voor haar was. Opmerkelijk genoeg werkte ze ondertussen ook als verpleegkundige in een psychiatrische kliniek. “Daar ben ik echt ingerold. Ik was helemaal niet van plan om in de psychiatrie te gaan werken, maar kwam er tijdens een stage voor mijn opleiding tot verpleegkundige terecht. En ik vond dat heel interessant. Er zat altijd wel een extra boodschap onder of achter de verhalen van patiënten en ik merkte dat ik snel aanvoelde wat er echt aan de hand was.”
Zo kwam jaren later ook het onderwerp van haar onderzoek, naar de impact van suïcidaliteit op de naasten, op haar pad. “In die kliniek zag ik wat dat met hen deed. Zij bleven soms maar bellen over van alles en nog wat en waren echt angstig. Op het irritante af soms. Ik ging toen al geregeld met ze in gesprek, want dat deden ze niet voor niets natuurlijk. Ja, toen werd het onderwerp van mijn onderzoek snel geboren.”
Maar er was dus nog een, verborgen, reden. “Dat mijn man zelf thuis met mij te dealen had. Hij was de enige die wist van mijn suïcidaliteit en we moesten het dus ook echt samen redden op dit gebied.” Net als bij veel anderen die hiermee worstelen, was het ook bij Hennipman-Herweijer de schaamte haar belemmerde om er open over te kunnen zijn: “Hoe kijken mensen naar mij als zij weten dat ik suïcidaal ben? Ik wil niet daarop worden afgerekend, maar op wat ik gewoon goed kan. Ik dacht dat als het label er aanhangt van ‘de eigen ervaring’, dan wordt ook mijn onderzoek minder wetenschappelijk gevonden.” Achteraf ziet zij dat ze juist hierdoor een betere onderzoeker is geworden. “De rollen van zorgprofessional, onderzoeker en eigen ervaring komen in mij samen.”
"Als het onderwerp wordt doodgezwegen, wordt het gevaarlijk."
Zo kwamen de rollen al samen in het gevecht tegen haar suïcidale gedachten. “Nu hadden wij ook de mazzel dat het bij mij op en af ging. Het was alleen in de winterperiode heel sterk en in de zomer niet. Daarom nam ik bewust elke herfst mijn man mee in mijn opkomende depressie. Ik gaf hem adviezen voordat het misging: ‘Dit moet je wel doen, dat moet je niet doen.' Zonder dat zouden we het samen niet gered hebben.”
En dat laat zien hoe cruciaal de rol van de naaste - naast professionele hulp uiteraard - kan zijn voor iemand met suïcidale gedachten. Doorvragen en openheid zijn daarbij cruciaal: “Ik had mijn man echt getraind om door te vragen en hij vond dat echt niet tof.” Maar voor Hennipman-Herweijer was het van levensbelang: “Voor mij ging zo het geheim eraf en voelde ik me meer beschermd. Als het onderwerp wordt doodgezwegen, wordt het namelijk gevaarlijk. Het is belangrijk dat je doorvraagt tot waar diegene mee bezig is of aan denkt, maar ook niet verder dan dat. Daarmee bedoel ik dat wanneer je vermoedt dat iemand suïcidale gedachten heeft, je moet vragen of diegene daadwerkelijk aan de dood denkt. Maar als diegene verder geen concrete plannen heeft, moet je ook weer niet vragen aan welke methodes diegene denkt. Maar als iemand wel zegt een concreet plan te hebben, dan kun je doorvragen: Wat wil je doen? Liggen er al spullen in huis? Heb je al een datum? Heb je al afscheidsbrieven?”
"Die angst en alertheid is eigenlijk altijd latent aanwezig."
Ook Hennipman-Herweijer vond het moeilijk om dat open aan haar man te vertellen. “Ik wilde hem er niet mee belasten.” Terwijl dat juist zo belangrijk is. Doorvragen helpt niet alleen degene met suïcidaliteit maar de antwoorden helpen uiteindelijk ook de naaste. “Ik ben nog bezig met het onderzoek over de impact op relaties maar wat ik nu al lijk te zien is dat als dit thema verzwegen wordt, dat een hick-up in die relatie geeft. Dan zie je dat naasten vervolgens hun toevlucht tot controle gaan zoeken omdat ze het slachtoffer op dit punt niet meer kunnen vertrouwen. Het wordt dan veel ingewikkelder omdat je door die hele onzekerheid geen grip meer hebt.”
De druk op de relatie is slechts één facet. Het heeft invloed op veel levensgebieden en juist al die facetten bij elkaar maken het zo zwaar. “Naasten zijn continu alert. 24-7, dat gaat echt ver. Sommigen slapen amper of installeren apps om te zien waar diegene is. De hele agenda wordt aangepast op wat de ander doet.” En dat is niet iets wat zomaar weggaat: “Die angst en alertheid blijft altijd latent aanwezig. Dan is het bijvoorbeeld een jaar rustig maar komt iemand thuis en ziet dat de slaapkamer strak is opgeruimd terwijl het normaal een bende is. Iets wat er niks mee te maken heeft, maar dan is gelijk de angst getriggerd: ‘oh, er is weer iets mis’.”
"Ik heb een vrouw getrouwd voor het hele jaar, niet voor een paar maanden."
Hennipman-Herweijer maakt mee dat voor wie lang of intens samenleeft met iemand die suïcidaal is, openheid en doorvragen soms ook niet meer op te brengen is. “Dan gaan naasten bijvoorbeeld denken: 'Ik hoef het niet meer te weten, dan heb ik er ook geen spanning van'. Of: 'Boeien als hij het doet, ik trek die onzekerheid niet meer'. Dus dat de duidelijkheid van de suïcide draaglijker lijkt dan de angst dat het kan gaan gebeuren.” Maar ze haast zich erbij te zeggen: “Ten diepste is er altijd die enorme bereidheid om er te zijn voor die naaste. En de diepe hoop dat die ander herstelt.”
Zover kwam het gelukkig niet bij Hennipman-Herweijer en haar man: “Mijn man is ook absoluut bang geweest. En wat het meest aan hem kleefde was: ‘Ben ik en zijn onze drie kinderen het dan niet waard om voor te blijven te leven?’. Hij vond dat ik die verantwoordelijkheid ontliep. Terwijl ik mijzelf alleen maar een last voor ons gezin vond.” Ze vervolgt: “Mijn man zei op een gegeven moment - hij wond daar ook geen doekjes om: 'Ik heb een vrouw getrouwd voor het hele jaar, niet voor een paar maanden.' Dus hij stond erop dat ik hulp ging zoeken. Dat hij zo duidelijk was, heeft mij uiteindelijk beschermd.”
"Wat je hoopt, is dat naasten steun hebben aan hun geloof maar de rol van het geloof kan ook schadelijk zijn."
Het grootste probleem voor iemand met een suïcidale partner of familielid is de eenzaamheid en het isolement. “De eenzaamheid dat men zijn naaste kwijt is of dat er binnen het gezin verwijdering ontstaat, omdat iedereen er op zijn eigen manier mee omgaat. Vaak speelt ook schuldgevoel een rol: “Heb ik iets verkeerd gedaan? Waar had ik dingen anders moeten doen? Ik wil niet dat anderen weten dat het zo'n zooitje in ons gezin is. Ze durven niet meer open te zijn, want dan moeten ze ook iets laten zien van zichzelf. Aan de andere kant is ook voor de buitenwereld het stigma zo groot dat men er niet naar durft te vragen. Dus het isolement komt echt van twee kanten.”
Als je het hebt over schuld, komt ook vaak religie en geloof om de hoek kijken. Eerder onderzoek toonde al aan dat geloof een preventieve werking op suïcide kan hebben. Welke rol het speelt voor de naasten, onderzocht Hennipman-Herweijer ook. “Wat je dan hoopt, is dat ze steun hebben aan hun geloof. Bij geloof zie je echter een duidelijke tweedeling. Je hebt een groep die een persoonlijke relatie met God heeft en gelooft dat God hun suïcidale naaste niet veroordeelt. Die hebben steun aan hun geloof en die komen ook echt tot acceptatie en overgave van de situatie.”
“Dan is er de groep die meer een dogmatisch geloof heeft. Met een geloof in een meer afstandelijke God die suïcide veroordeelt als zonde die leidt tot de hel." Volgens Hennipman-Herweijer een groep het extra zwaar heeft: "Die mogen al hun waaromvragen helemaal niet bij God neerleggen, want dat wordt gezien als God ter verantwoording roepen." Ze voegt daaraan toe: "En dan doet hun naaste ook nog eens iets wat heel erg zondig is. Dus als zij dat niet tegenhouden, dan dragen zij eraan bij dat hun naaste naar de hel gaat. Dan is de rol van het geloof dus potentieel schadelijk.”
Wat je tenslotte zelf kan doen voor die directe naasten van een suïcidaal persoon? “Gewoon beschikbaar zijn, iemand zijn verhaal laten vertellen en serieus nemen. Dat is het allerbelangrijkste. Zonder oordeel luisteren. En vragen wat dit betekent voor diegene, en niet alleen vragen hoe het met die suïcidale persoon is.” Naast woorden gaat het daarbij ook om praktische hulp: ‘Kan ik iets van jou overnemen als jij constant mee moet naar afspraken?’ In dat soort momenten meedenken. Laten zien dat je beschikbaar bent voor die ander en daarin ook je bijdrage wilt leveren. En dat niet alleen bijvoorbeeld net na een suïcidepoging, maar juist ook als het weer een tijdje rustig. De angst bij naasten kan iets zakken, maar is nooit echt weg.”
Tot slot voegt ze eraan toe: “Voor mij ligt mijn suïcidaliteit nu drie jaar achter mij. De behandeling waar mijn man zo op heeft aangedrongen heeft zijn vruchten afgeworpen. Ondertussen stijgen de suïcidecijfers onder jongeren. Ik ben dankbaar dat ik er niet bij zat. Herstel is mogelijk.”
Denk je aan zelfdoding? Bel dan 24/7 gratis en anoniem met 113 of chat op 113.nl
Super dat je jouw perspectief wil delen! Log in om je reactie te plaatsen.
Door in te loggen bevestig je dat je de Algemene Voorwaarden en Privacyverklaring van de EO hebt gelezen en begrepen.
Check de veelgestelde vragen.
Elke maand 26 jongeren: 113 toont confronterende klassenfoto om suïcidegedachten bespreekbaar te maken
Klinisch psycholoog Maryke Geerdink (113): 'Ben je bezorgd? Stap op iemand af'


