
Leestijd: 6 minDoor Nicolette de Boer
Een aantal ziekenhuizen in Nederland doet een proef om late abortussen tussen 22 tot 24 weken zwangerschap uit te voeren. Zo hoeven vrouwen niet uit te wijken naar andere landen. Maar er klinkt ook kritiek, omdat foetussen bij die zwangerschapsduur op de grens van levensvatbaarheid verkeren. Moeten we dit willen?
Een aantal ziekenhuizen in Nederland gaat een proef doen met het uitvoeren van late abortussen bij vrouwen die tussen de 22 en 24 weken zwanger zijn. Dat doen zij op aandringen van de beroepsverenigingen van gynaecologen en abortusartsen. Tot nu toe wijken deze vrouwen vaak uit naar andere landen zoals Engeland, Spanje of Amerika omdat ze in Nederland bijna nergens terechtkunnen. Officieel mag een abortus tot 24 weken.
Het gaat om een groep van 225 vrouwen per jaar, is de schatting van de NVOG (de beroepsvereniging voor gynaecologen). Volgens deze vereniging gaat het om vrouwen en meisjes in een ‘uiterst kwetsbare situatie’ voor wie artsen verantwoordelijk zijn en voor wie ‘veilige en kwalitatief goede zorg’ noodzakelijk is.
Zelf voeren abortusklinieken geen zwangerschapsafbrekingen na 22 weken uit, omdat het risico op complicaties te hoog wordt. De foetus is dan namelijk te groot geworden voor een instrumentele abortus. In het ziekenhuis kan een baring worden ingeleid, maar daarvoor is 24-uurs zorg nodig.
Zelf zijn ziekenhuizen terughoudend bij late abortussen als er geen medische redenen zijn. Omdat deze groep vrouwen in weinig ziekenhuizen terecht kan, heeft de NVOG ziekenhuizen opgeroepen om hun ‘professionele verantwoordelijkheid’ te nemen.
Maar er klinkt ook kritiek op de proef. Late abortussen liggen gevoelig. Want foetussen verkeren in die termijn van de zwangerschap op de grens van levensvatbaarheid. Zo gebeurt het niet zelden dat een foetus levend ter wereld komt als een zwangerschap wordt afgebroken tussen de 22e en 24e week. Dat betekent dat het na de geboorte overlijdt. Dit maakt ook dat verschillende artsen en verpleegkundigen moeite hebben met late abortussen als dit niet vanwege een medische reden is.
De Nederlandse Patiënten Vereniging roept Tweede Kamerleden met een petitie op om abortus niet uit te breiden.
Anneke van Soest is abortusarts en bestuurslid van het Nederlands Genootschap van Abortusartsen. Ook is ze lid van de werkgroep ‘Hiaat’, die al langer pleit voor deze oplossing. Een hiaat betekent: een plek waar iets ontbreekt.
Anneke van Soest
Abortusarts en bestuurslid van het Nederlands Genootschap van Abortusartsen"De abortuszorg in Nederland is in eerste instantie ontzettend goed geregeld en staat internationaal hoog in het vaandel. En toch kunnen we medisch-technisch een abortus veilig uitvoeren tot een week of 22 van de zwangerschap. Dus de vrouwen die tussen de 22 en 24 weken zwangerschap zijn, kunnen niet bij ons terecht. Maar veel ziekenhuizen zijn daar eigenlijk nog niet goed op voorbereid, waardoor veel vrouwen zijn genoodzaakt om uit te wijken naar het buitenland."
In principe kan het ziekenhuis deze zorg prima leveren. Maar het is andere zorg dan ze gewend zijn, zegt Van Soest.
Anneke van Soest
Abortusarts en bestuurslid van het Nederlands Genootschap van Abortusartsen"Het gaat om complexe zorg en veel ziekenhuizen zijn er niet op voorbereid. Daarbij is er vaak korte voorbereidingstijd. Dus je moet een team op poten krijgen die er wel op voorbereid is. Daar zijn de ziekenhuizen op dit moment nog niet goed genoeg op voorbereid. Of ze kunnen het wel, maar er mist toch een deel van de expertise."
Dat er ook artsen zijn met gewetensbezwaren moet je respecteren, zegt Van Soest. Tegelijk stelt ze: het gaat om het besluit van de vrouw. Ze vindt het dan ook niet terecht dat er onderscheid wordt gemaakt tussen medische en sociale abortussen en wijst erop dat de wet dit ook niet doet.
Anneke van Soest
Abortusarts en bestuurslid van het Nederlands Genootschap van Abortusartsen"Ik denk dat het voor een groot deel ook weleens gaat over: onbekend maakt onbemind. Het is normaal dat abortus bij iedereen toch wel bepaalde gevoelens oproept. Maar uiteindelijk zijn we wel allemaal zorgprofessionals. Dus ik denk dat zorgprofessionals goed de tijd moeten nemen om helder te krijgen waar ze precies moeite mee hebben en hoe ze dat ondervangen. Ik kan een hele hoop begrijpen. Maar uiteindelijk gaat niet om wat wij ervan vinden, het gaat om het besluit van de vrouw."
Voorafgaand aan de ziekenhuisproef vonden er drie morele beraden plaats met artsen, verpleegkundigen en medisch-ethici. Het is echt een heel groot dilemma, vertelt medisch-ethicus Stef Groenewoud.
Stef Groenewoud
Medisch-ethicus"De vraag is: wat is moreel goed? Je kunt bij een moreel dilemma hooguit kiezen voor het minste kwaad. Hier is echt sprake van een duivels dilemma. Om te beginnen heb je te maken met een zwangere in een heel kwetsbare situatie. De wet noemt het zelfs een noodsituatie. Maar tegelijk heb je te maken met een foetus die bijna volgroeid is en waarmee medisch gezien niks mis is. Er is dus geen medische indicatie en in principe heeft de foetus alle potentie om een gezond persoon te zijn. Dat maakt ook dat medisch personeel liever niet bij dit soort zwangerschapsafbrekingen betrokken wil zijn."
In de loop van de jaren is de levensvatbaarheid steeds vroeger geworden en juist dat maakt dat hier zoveel emoties over loskomen, vertelt Nicki Pouw-Verweij. Ze is arts en was in het verleden Tweede Kamerlid en staatssecretaris voor Medische Zorg namens de BBB.
Nicki Pouw-Verweij
Arts en voormalig staatssecretaris van Medische Zorg"Toen de abortuswet er in 1984 kwam, was de grens van levensbaarheid vastgesteld op 26 weken. Toen is de grens van 24 weken afgesproken omdat men er ruim onder wilde zitten. Want in het Wetboek van Strafrecht staat dat levensvatbare kinderen niet geaborteerd mogen worden. Nu zijn we in een situatie terechtgekomen waarin er kinderen levend geboren worden en vervolgens buiten de baarmoeder komen te overlijden."
Het belangrijkste is dat we er zoveel mogelijk op moeten inzetten dat ongewenste zwangerschappen voorkomen worden, vindt Pouw-Verweij.
Nicki Pouw-Verweij
Arts en voormalig staatssecretaris van Medische Zorg"Ik ben niet voor abortus, maar het is tegelijkertijd ook niet aan mij om een vrouw die bijvoorbeeld een verkrachting heeft doorgemaakt te vertellen wat ze moet doen. Ik zit er een beetje tussenin. Ik vind het lastig om te zeggen dat ik voor abortus ben, omdat ik elke abortus in die zin een tragedie vind. Ik denk dat je dat moet voorkomen."
Ze snapt hoe de wet in 1984 tot stand is gekomen, maar vindt dat het tijd is dat we opnieuw goed kijken naar de termijn.
Nicki Pouw-Verweij
Arts en voormalig staatssecretaris van Medische Zorg"Ik snap de wet heel goed: de mogelijkheid moet er zijn in een noodsituatie. Maar ik denk dat de geest van de wet heel anders is dan de praktijk waar vandaag zoveel discussie over is. En dat we daarom goed moeten kijken naar die termijn. Als de levensvatbaarheidsgrens vroeger wordt, moet die weektermijn ook meegroeien. Dat moet een breder maatschappelijk debat zijn."
Ze snapt dan ook dat er zorgpersoneel is die er veel moeite mee heeft als een abortus niet om medische redenen is en vindt dat je daar wel iets mee moet:
Nicki Pouw-Verweij
Arts en voormalig staatssecretaris van Medische Zorg"Ik ken heel erg veel verhalen van artsen die hebben gezegd: ‘Ik ben voor abortus en voor het recht van de vrouw om te kiezen’, maar dat ze zich ongemakkelijk voelen bij de situatie van een kindje dat geboren wordt en vervolgens te sterven wordt gelegd. En dat ze zeggen: ‘Daar ben ik de zorg niet voor in gegaan’. Gelukkig is er ook de mogelijkheid om te kunnen zeggen dat je gewetensbezwaren hebt. Maar als er veel artsen zijn die er zo over denken, dan denk ik dat de beroepsgroep daar ook zorgvuldig naar moet kijken."
In Dit is de dag (EO) gaat presentator Jan Willem Wesselink verder over dit onderwerp in gesprek met abortusarts Anneke van Soest, medisch-ethicus Stef Groenewoud en . Beluister de uitzending hieronder als podcast.
De weergave van Spotify vereist jouw toestemming voor social media cookies.
Luister jij liever via een ander kanaal? Klik hier om het gesprek af te spelen op jouw favoriete podcast-app.

