Leestijd: 9 minDoor Boudewijn Drechsler
Wat Jan betreft begint 2026 zonder al te veel vuurwerk. Hij vierde Oud en Nieuw namelijk niet bij zijn vrouw met een glas bubbels maar ergens bij het Oekraïense front in een noodhospitaal. En als het kan, brengt hij op de terugweg gesneuvelde soldaten thuis bij hun families. Wat drijft een Nederlandse man in deze donkere dagen helemaal tot aan de Oekraïense loopgraven? Voor hem geen vraag: "Als ik denk aan die overvolle mortuaria, dan kan ik elke dag wel rijden."
Jan rijdt al sinds 2023 om de zes weken naar Oekraïne. Daar rijdt hij twee weken rond met goederen, maar ook gesneuvelde militairen. Vrijwillig. Veertien reizen heeft hij er al op zitten en zo'n 200 lichamen heeft hij inmiddels thuis kunnen brengen bij hun families. En nu staat hij op het punt om voor de 15e keer naar Oosten af te reizen. Zoals de vorige keren probeert hij op marktplaats nog een oude auto te regelen die hij volstopt met gedoneerde, vaak medische, spullen waaraan daar gebrek is. Die spullen geeft hij aan het leger, net als de auto die hij aan het eind van zijn reis achterlaat. Terug pakt hij de trein en het vliegtuig.
Hij vertelde zijn verhaal eerder in het Nederlands Dagblad. Dat was na zijn eerste reis waarin hij een jonge kapelaan Pavlo hielp die helemaal alleen met gesneuvelde militairen door Oekraïne reed. "Er zijn nog steeds veel te weinig mensen die dit werk kunnen en willen doen. En de containers liggen vol met lichamen." Om deze kapelaan te steunen en om zijn eigen reizen te financieren richtte de stichting Schilddragers op.
Dat het pad van Jan dat van deze Oekraïense kapelaan Pavlo elkaar kruisten is een bijzonder verhaal. Het begon bij een artikel in de omroepgids Visie van de EO die enkele weken daarvoor op zijn mat viel. Daarin kwam de toen 25-jarige Pavlo aan het woord. Hij was een van de Oekraïners die werd gevolgd door het programma Pasen onder Vuur. Dag en nacht reed hij, alleen, met gesneuvelde soldaten in zijn busje ‘naar huis’. Duizenden kilometers heen en weer. Hij zat er compleet doorheen. Jan: "Het raakte me direct. Deze jongen had echt hulp nodig."
Jan Koesveld (rechts) met de Pavlo (links) tijdens een ontmoeting ergens onderweg in Oekraïne.
De meeste mensen lezen een aangrijpend interview en zijn daarna geraakt, onder de indruk of geïnspireerd. Weinig mensen gaan daarna daadwerkelijk op pad om iets te doen. Jan wel. Hij moest deze man gaan helpen. En dat had weer een diepere oorzaak: zijn tijd in Bosnië. Tijdens de oorlog daar, in 1993, was hij als dienstplichtige chauffeur. Hij reed constant tussen de strijdende partijen door, heen en weer, de frontlinies over. "Ik bracht daar goederen rond. Soms sloegen de kogels voor me in de weg. Maar ik deed het juist wel goed onder de spanning."
Het was dan ook niet die spanning die hem de das omdeed. Dat waren de de smeekbedes van al die vluchtende mannen, vrouwen en kinderen, die hun moest negeren. Zij vluchtten voor de vijandige troepen uit. "Maar ik mocht ze niet meenemen de grens over want dan zou ik feitelijk meehelpen met etnische zuivering." Dat diepe gevoel van onmacht bezorgde hem een posttraumatische stressstoornis (ptss).
Hoewel Jan dankzij intensieve therapie weer helemaal de oude is, kwam iets van dat onmachtige gevoel weer boven toen Rusland Oekraïne binnenviel. Deze keer moest hij iets doen. Dat gevoel was zo sterk, dat als zijn vrouw hem niet tegengehouden had, hij direct met zijn oude legerplunje richting Oekraïne was gegaan. En toen las hij enige tijd later het verhaal van Pavlo: "Het raakte me direct. Deze jongen had echt hulp nodig. Hier kon ik iets mee." Zijn vrouw vind dit een beter plan. "Twee weken later was alles geregeld en kon ik weg. Ik had geen idee wat me te wachten stond." De rest is geschiedenis.
Nu staat Jan voor 15e keer in de startblokken. Inmiddels heeft hij de nodige contacten in Oekraïne om zijn ritten van tevoren goed te coördineren. Zo krijgt hij zijn hulpgoederen op de juiste plek en weet hij welke gesneuveldentransporten hij eventueel kan doen. "Al blijft de planning altijd Oekraïens en geeft oorlog altijd chaos. Ik ga deze keer in ieder geval goederen brengen en helpen in een noodhospitaal maar als het kan en nodig is, zal ik daarnaast ook weer gesneuvelden terugbrengen." Hij voegt daaraan toe: "De laatste keer heb ik alleen spullen weggebracht bij verschillende veldhospitalen in de buurt van Kramatorsk, maar ik moet zeggen dat mijn hart ligt bij het terugbrengen van lichamen. Daarmee is het voor mij begonnen. Als ik denk aan die overvolle containers bij de mortuaria, waarin die jongens soms drie maanden blijven liggen terwijl allang bekend is wie het zijn en waar ze naartoe moeten, dan kan ik elke dag wel rijden."
Uit de mobiele mortuaria door het hele land worden lichamen opgehaald en thuisgebracht.
Hoewel dat wellicht teveel van het goede zou zijn, heeft Jan relatief weinig last van de soms gruwelijke dingen die hij ziet en ruikt: van halfvergane of onherkenbaar verminkte lichamen tot losse lichaamsdelen. "Er zijn ook jongens die moeten overgeven of weglopen. Daar heb ik gek genoeg geen last van. Af en toe maak ik de lichamen zelf schoon of moet ik ze verpakken. En ik ben heel blij dat dat nog steeds goed gaat.’
Als ik weer thuiskom heb ik het er soms de eerste week wel even moeilijk mee. Maar ja, dat lijkt me ook wel normaal." En dan zijn het niet eens de gruwelijke beelden, maar vooral het verdriet van de families dat hem het meeste raakt: "Een vader die omvalt van verdriet, een weduwe van net twintig. Thuis moet ik altijd eerst een paar keer flink janken." Hij vertelt verder: “Maar ik merk ook wel… kijk het is natuurlijk ook rotwerk, maar het is wel dankbaar werk. Het geeft me enorm veel voldoening. Ik mis het zelfs als ik alleen maar goederen rondbreng. En ik nog moeilijker vind ik het om hier thuis op de bank te zitten. Ik kan daar nog zoveel doen.”
Na een rit moet de bus weer grondig schoongemaakt worden.
Ondertussen is dat de keiharde waarheid; het einde van de oorlog is nog niet in zicht. ‘We hebben thuis verschillende Oekraïners opgevangen en er wonen nu al twee jaar twee Oekraïense vrouwen bij ons thuis. Via hen hebben we ook weer contacten met andere Oekraïners. En het gevoel van onrecht over deze oorlog en de vredesbesprekingen leven enorm. En tegelijk is er ook het besef dat er een einde aan moet komen. Ze zijn allemaal zo moe."
Jan ziet een tweedeling onder de Oekraïners: "Er is een groep die zegt: 'mijn man of mijn zoon is voor niets gesneuveld als er gebied wordt weggegeven. Er zijn ook mensen die zeggen: dankzij onze soldaten hebben we het grootste deel nog en is Oekraïne nog steeds onafhankelijk. Dus het sneuvelen van mijn man of van mijn zoon heeft nut gehad'. Met de laatsten kun je een goed gesprek hebben en daarin zowel trots als dankbaarheid proeven, bij de eersten heerst pure bitterheid."
Onder een anti-drone net door onderweg.
Dat Jan zelf ook gevaar loopt, daarvan is hij zich terdege bewust. ‘Ik kom in gebieden waarin de soldaten bij de checkpoints opdragen mijn scherfvest aan en mijn helm op te doen in verband met drones en raketten. Ik rij soms over wegen met uitgebrande auto’s in de berm waarvan ik achteraf van andere vrijwilligers hoor dat zij daar zelf niet durven te rijden. Het kan misgaan natuurlijk. Het is soms gevaarlijk. Maar ik ben daar verder niet zo mee bezig."
Hoewel: tijdens zijn laatste reis, waarbij hij alleen spullen rondbracht, schoot het wel even door zijn hoofd: "Toen reed ik over een weg met zo’n net erover tegen drones en waar iedereen met een dronedetector rondrijdt. Toen vroeg ik me wel af: zijn die spullen dit waard? Als ik een lichaam thuis kan brengen en daar de familie mee kan helpen, heb ik die twijfel gek genoeg niet.” Terwijl medisch materiaal toch een leven kan redden en een dode soldaat niet meer kan sneuvelen. Jan: "Ja, ik weet het, ik moet mezelf dat dan ook hardop vertellen voordat de feiten landen. Maar als ik een soldaat of iemand onderweg spreek, is die vaak al blij dat ik hier als Nederlander gewoon ben en aan ze denk. Alleen je aanwezigheid heeft al nut. Maar goed, als ik lichaamstransport doe, dan voel ik dat nut zelf meer."
Jans hem en scherfvest uit zijn diensttijd in Bosnië komen in Oekraïne nog goed van pas.
Van zijn vrouw Jobke krijgt Jan ondertussen de volledige steun. "Zij zegt: als je zeker weet dat je ergens naartoe moet om te helpen, dan vertrouw ik erop dat je de goede keuze maakt. Wat niet betekent dat ze er ook vanzelfsprekend van uitgaat dat ik weer thuiskom. Zo nemen we ook altijd afscheid."
Bang dat hij ondertussen opnieuw trauma oploopt, is hij niet. "Nee, maar ook al ben ik hier goed in, het kan altijd zijn dat ik op een gegeven moment zeg: 'nu heb ik hulp nodig bij de verwerking'. Dat is niet erg, dat zijn twee afzonderlijke dingen." Hij denk daarbij ook aan zijn collega van het eerste uur: Pavlo. "Ik kwam hem de laatste keer nog tegen. Hij is heel erg goed in dit werk maar ondertussen heeft het hem ook helemaal in beslag genomen. Hij moet maar bezig blijven om het te kunnen blijven doen. De enige oplossing is dat, als de oorlog stopt en het werk af is, hij moet worden opgevangen en goede hulp krijgt. Dat betekent niet dat hij niet de juiste persoon was om dit te doen. Dat betekent alleen dat hij achteraf ook nog dingen moet verwerken."
In Pasen onder Vuur en Kerst onder Vuur (EO) bezocht Arjan Lock diverse malen de frontlinie in Oekraïne. Hij ontmoette daar ook Pavlo. Bekijk de volledige uitzendingen hieronder.
Wil jij de aflevering liever streamen? Klik hier om de aflevering te bekijken via NPO Start.
Dianne organiseert retreats voor Oekraïense oorlogsweduwen: 'Deze vrouwen krijgen zelfs nare opmerkingen naar hun hoofd'
De Nederlandse Dianne woont in Oekraïne: ‘Er komt een dag dat ze zeggen: nu hebben we jouw man nodig’


