
Leestijd: 11 minDoor Boudewijn Drechsler
Klap voor klap, letter voor letter, slaat Michael Heemskerk de ene na de andere naam op de kleine vierkante messing plaatjes voor zijn struikelstenen. Duizenden namen en stenen gingen er al door zijn handen, maar die allereerste zal hij nooit vergeten. Dat was het steentje dat hem drie jaar geleden naar deze werkbank bracht. "En ik zei zomaar: 'dat wil ik wel doen'."
What’s in a name? Van de meeste Joodse Nederlanders was hun naam het enige dat er na de oorlog van hen over was. En in de Joodse traditie sterf je pas echt als je naam is vergeten en niet meer wordt uitgesproken. Dus ja, een naam zegt alles. Michael Heemskerk (58) is dan ook een man met een missie.
De zon schijnt uitbundig en uit de kleine werkplaats onder een oude kastanjeboom, klinkt getikt. Het is hier, in de prachtige achtertuin van het Goethe-Institut aan de Herengracht in Amsterdam, waar Michael klap na klap, letter voor letter, hele families van de vergetelheid redt.
Voor de werkplaats staan zakken beton en schragen met mallen waarin de gegoten steentjes drogen. Achter het raam staat Michael achter een werkbank waarin hij net een nieuw plaatje heeft vastgeklemd. Na elke klap met de hamer pakt hij een andere ijzeren stans met de volgende letter uit het rek voor hem. En dan volgt weer een harde klap. Op het plaatje zijn rechte lijnen getrokken zodat de letters precies in het midden en recht in het goudkleurige metaal komen te staan.
Voor hem hangt een papier met de naam, het geboortejaar en het jaar waarin en de plek waar die persoon is vermoord. Staat alles erop, dan wordt het plaatje bijgesneden en de randen omgevouwen waarna het in beton gegoten wordt.
"We hebben hier nog wel een back-office die alles extra checkt. Dat is wel nodig want gisteren kwam ik deze tegen. Kijk, hier staat Filip Hogeman, geboren 1915, gedeporteerd 1944, vermoord 31-3-1945 in Auschwitz. Maar Auschwitz is op 27 januari 1945 bevrijd. Dus daar klopt iets niet. Dat gaan we dan eerst even uitzoeken met de aanvrager."
"Nederlanders waren soms braver dan de Duitsers zelf."
En zo zijn er al meer dan achtduizend stenen door Michaels handen gegaan. Een bijzondere missie die zo'n drie jaar geleden letterlijk als een struikelsteen op zijn pad kwam. En zoals dat bij elke struikelsteen het geval is: er zit een verhaal achter dat zich niet zo makkelijk in twee zinnen laat samenvatten. Maar Michael wil het best vertellen. Dat is immers waar het in zijn werk om draait: het vertellen van het verhaal achter de namen.
Michaels verhaal begint al ver voor zijn geboorte, aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Het jonge gezin van zijn latere grootouders staat in een angstige en onzekere tijd voor keuzes die het verschil kunnen maken tussen leven en dood. Zijn oma, een joodse vrouw, was getrouwd met een protestantse man, zijn opa.
"Zij waren al in 1940 uit Amsterdam naar Bussum verhuisd omdat ze dachten dat de anti-Joodse maatregelen buiten de stad wel iets gematigder zouden zijn." Dat bleek niet zo te zijn. "Mijn overgrootmoeder die bij hen inwoonde, werd uiteindelijk bij een razzia zelfs uit het ziekenhuis gehaald. Ze is via Vught en Westerbork naar Sobibor afgevoerd en daar vergast."
Michaels overgrootmoeder, Doortje Furth-van Vriesland
Michaels oma overleeft de oorlog. "Mijn oma hoefde niet naar een kamp omdat ze gemengd gehuwd was." Toch was ook dat geen harde garantie: "Op een gegeven moment begonnen Nederlandse ambtenaren, die soms strikter waren dan nodig, ook gemengd gehuwden naar Westerbork te sturen. Totdat er, nota bene, een decreet uit Duitsland kwam. Voor sommigen kwam dat te laat. Nederlanders waren soms braver dan de Duitsers zelf."
"Mijn oma verweet het mijn opa dat ze alles moest afzweren."
Michaels oma mag thuis blijven wonen. "Ze moest wel een jodenster dragen. En ze moest zich af en toe ook melden op het politiebureau. Ze werd enorm beschimpt als ze door Bussum liep met die ster."
In die angstige en onzekere periode doet Michaels oma er alles aan om haar kansen en dat van haar kinderen te vergroten. "Zo heeft ze officieel, op papier, afstand gedaan van het Joods geloof en zich bij de hervormde kerk van haar man gevoegd. Dat is ook officieel bevestigd door een ouderling."
Maar dat is niet alles: "Ze hebben ook nog -zo ver gaan mensen dus- een verklaring opgemaakt, dat ze een buitenechtelijk kind was van de buurman, mede-ondertekend door de buurman. Dus dat haar moeder was vreemdgegaan, zodat mijn grootmoeder maar half Joods zou zijn. Uiteindelijk hebben ze zelfs een scheiding voorbereid. De kinderen zouden dan aan mijn opa worden toegewezen zodat zij ieder geval veilig zouden zijn als mijn oma toch zou worden opgehaald. Dat soort dingen."
Michael is even stil alsof hij het nog steeds probeert te vatten. "Hoe angstig kan je zijn? Maar goed, je hebt drie kinderen, dus wat moet je?" Hij voegt eraan toe: "Toen ze na de oorlog vrij was en tot zinnen kwam en ouder werd, heeft ze weleens gedacht: 'Waar ben ik mee bezig geweest?'" Het zorgde zelfs even tot ruzie tussen Michaels grootouders: "Mijn oma verweet het mijn opa dat ze alles moest afzweren. Ook uit onmacht natuurlijk."
"Ik kreeg alleen een boek met heroïsche verhalen over Nederlanders die allemaal 'goed' waren. En oh ja, er waren ook een paar NSB'ers'
Ondanks de zonnige dag, brengt het verhaal een donkere en beklemmende sfeer mee. Hoe iemand zichzelf in feite uitgumt om haar kinderen te redden. En hoe ze dat na de oorlog niet meer ongedaan kon maken. "Want ze had niemand meer om de draad op te pakken. Al haar joodse familie was weg. Meer dan 200 mensen. En je moet door, je hebt kinderen. Toen ze zelf ruim in de zeventig was, kreeg ze daar veel last van. Helemaal toen mijn opa overleden was en ze echt alleen was."
Toch merkt Michael als kind dat in zijn familie dingen anders zijn dan bij andere kinderen thuis. "Bij ons was Pasen altijd heel erg belangrijk. Veel meer dan Kerst, dat was ondergeschikt. En mijn oma had wel twintig verschillende theedoeken voor verschillende pannen en dingen die ze in de keuken apart hield. Ham en varkenslapjes kwamen er niet in. En één keer per week werden er viskoekjes gegeten." Echo’s van een Joods leven. "Mijn oma zei ook altijd als we in de trein langs de Joodse begraafplaats bij Muiderberg reden dat haar vader daar lag."
Omslag van het boek 'Je was er niet bij'
Verder wordt er niet gesproken. Ook niet als Michael zelf vragen begint te stellen. "Ze gaven mij in plaats daarvan het boek Je was er niet bij. Daar stonden alle heroïsche verhalen in over de Nederlanders die allemaal goed waren. En oh ja, er waren ook een paar NSB'ers."
"De verhalen over ambtenaren die ijverig meewerkten en de gemeentelijke vervoersbedrijven die de Joden afvoerden, stonden er niet in." Maar het laat Michael toch niet los: "In de vijfde klas van de lagere school deed ik mijn spreekbeurt over de Tweede Wereldoorlog, terwijl anderen het over hun konijn hielden."
Officieel is Michael, via zijn oma en moeder, ook Joods. "Het grappige is dat mensen die me nog van vroeger kenden, tegen me zeiden toen ik met dit werk begon: 'Dat past echt zo bij jou'. 'Hoezo?', vroeg ik. 'Vanwege je hele Joodse achtergrond'. Dus blijkbaar heb ik dat ook gewoon verteld op school."
Dat hij nu hier in de werkplaats daadwerkelijk namen in struikelstenen slaat, heeft hij te danken aan een vijfjarig Joods meisje dat in de oorlog het pad van zijn familie kruiste. "Mijn grootouders hebben in Bussum in de oorlog, ondanks hun eigen onzekerheid, nog een jaar lang de dochter van hun beste vrienden uit Amsterdam bij hen laten onderduiken: Liesje Prins." Maar toen Michaels overgrootmoeder werd opgepakt en er een villa aan de overkant van de straat door Duitsers werd gevorderd, werd het te gevaarlijk.
"Ja, wat doen kinderen van vijf? Die kletsen. En dat werd te link. Toen hebben ze het verzet gevraagd een ander adres te vinden. Ze kon toen in Haarlem onderduiken, maar daar is ze verraden. Ze is in Auschwitz vergast."
Liesje Prins 1937-1943
Toen Michael drie jaar geleden op zoek ging naar dat meisje en gewoon haar naam intikte in Google, wist hij niet wat hij zag: "Ik kwam gelijk terecht bij een tentoonstelling in het Jewish History Museum in Sidney over de dagboeken van ene Liesje Prins."
Dat waren de dagboekjes die door de moeder van Liesje waren gemaakt over haar opgroeiende kind. "Verhaaltjes en dat soort dingen. En een lokje haar. Dat deden veel ouders toen."
Na de oorlog vertrok de familie van Liesje naar Australië, met de dagboeken. "Toen ik dat ontdekte, kwam mijn tante opeens met de geboortemedallion van Liesje op de proppen. Die was blijven liggen in Bussum nadat ze is weggegaan. Ik heb direct contact opgenomen met de Australische familie en dat sloeg in als een bom."
Michael wil voor Liesje en haar ouders een struikelsteentje aanvragen en de Australische familie wil bij het leggen van die steentjes zijn. "Dus ik moest een datum hebben wanneer die steentjes gelegd konden worden. Ik belde de stichting Stolpersteine en vroeg wanneer het kon. Ze antwoordden dat ze dat niet wisten want ze hadden een enorm probleem: er was een groot tekort aan stenenmakers. Er was net iemand vertrokken. En toen zei ik zomaar: 'Dat wil ik wel doen'." Hij vertelt het alsof hij zich er nog over verbaast.
Steenlegging van de struikelstenen voor Liesje Prins en haar ouders. Het waren de eerste stenen die Michael (rechts) maakte.
En de rest is geschiedenis. "Ik was, ik ben, eigenlijk hovenier. Maar dat is bijna niet meer te combineren." De aanvragen overtreffen nog steeds het aanbod. Dus gaat Michael onverstoorbaar door. Hij loopt naar buiten om een nieuwe reeks steentjes uit de mal te halen. Het beton is droog, tijd om het resultaat te bekijken.
"Kijk, en zo komt het eruit" een prachtig glimmende steen ligt in zijn hand, klaar om geplaatst te worden. Een paar andere hebben krassen opgelopen tijdens het proces en zullen over moeten. Maar ook dat hoort bij het werk dat op zich al een herdenkingsritueel is. "Het gaat erom dat je voor iedere steen en dus voor ieder persoon aandacht hebt. Anders konden we beter al die namen in een computer gooien en laten graveren met een graveermachine. Dan heb je duizend plaatjes in een dag."
Maar dat was dus niet de bedoeling van de kunstenaar Gunter Demnig, de geestelijk vader van de Stolpersteine. "Omdat de Holocaust een fabrieksmatige moordmachine was, moeten deze steentjes helemaal met de hand worden gemaakt"
En zo maakt Michael met zijn eigen handen ongedaan wat zijn grootmoeder en velen met haar uit angst probeerden te doen: haar Joodse afkomst uitwissen. En of het nu komt door die steentjes, Michael voelt dat zijn wortels ook steeds meer aan hem trekken.
"Ik zal je heel eerlijk zeggen - en dit is misschien enorm tegen het zere been van mijn atheïstische ouders - maar ik heb gewoon iets met het Joodse leven. Ik voel me daar enorm mee verbonden." Hij probeert het uit te leggen: "Het is niet zo dat ik iedere week sjabbat vier, maar ik vind die rituelen zo mooi en waar ze voor staan. We hebben ook een oude Chanoeka-kandelaar die we ieder jaar ontsteken. Ik identificeer me daar meer mee dan met de christelijke traditie. Het slaat misschien nergens op, maar zo voel ik dat."
En Michael wil daar niet voor wegduiken. "En ik ga me er ook niet voor schamen. Die identiteit is mij in ieder geval niet afgepakt, dat gevoel heb ik wel."

Zijn alle maatregelen rond Dodenherdenking terecht? 'Demonstratierecht is heilig, zelfs op 4 mei'

Is het tijd voor een bredere invulling van Dodenherdenking?