Leestijd: 12 minDoor Lydia Kruin-Fris
Thuis: voor veel kinderen de veiligste plek die ze kennen. Voor de achtjarige Ingrid is dat anders. Het is de plek waar ze zoveel trauma’s oploopt dat ze niet meer op twee handen te tellen zijn. Nu deelt Ingrid van Benten (61) over haar pijnlijke geschiedenis, zodat ogen geopend worden en niemand ooit nog hetzelfde hoeft mee te maken. "Niemand kent het gewicht van mijn strijd."
Trigger warning: dit artikel bevat passages over seksueel geweld en suïcide.
"Mijn moeder sloeg me regelmatig zo hard dat haar handen erdoor kneusden. Ook dat rekende ze mij aan, dus kreeg ik nog meer klappen." Ingrid denkt terug aan haar kindertijd. "De situatie thuis was altijd onveilig en kil. Vaak wist ik niet eens waarvoor ik in elkaar werd geslagen." Haar moeder gaat regelmatig vreemd, haar vader drinkt veel en thuis is er veel ruzie en geweld. "Mijn moeder kreeg ook kinderen die niet van mijn vader waren. Maar ze had een intense hekel aan de kinderen die ze wél van mijn vader had gekregen. Waaronder mij."
Als Ingrid acht jaar is, begint het misbruik. "Ik kwam op een dag thuis en mijn moeder zei tegen me: 'Roberto zit boven op jou te wachten. Ga naar hem toe en wees lief voor hem'. Die naam kwam me niet bekend voor, maar ik gehoorzaamde. Hij begon aan me te friemelen en zei dat ik mooi en lief was. Toen begonnen de handelingen en werd ik verkracht." De stapel cash achteraf komt in de handen van Ingrids moeder terecht. "Dat geld kon ze goed gebruiken omdat mijn vader steeds vaker lang weg van huis bleef en zijn inkomen daarmee wegviel. Rond mijn tiende verhuisde mijn vader voorgoed."
Het blijft niet bij die ene keer. Van haar achtste tot haar zestiende wordt Ingrid door haar moeder seksueel uitgebuit. "Roberto nam me ook een keer mee naar zijn Italiaanse restaurant in Den Haag, om me daar te misbruiken. Terwijl hij met mij bezig was, kwam er een collega van hem binnen die meteen ongelooflijk boos tegen hem uitviel. Hij was geschokt, hielp mij in mijn kleren en bracht me een bordje met eten. Ik schaamde me kapot. Uiteindelijk hebben ze me op de tram terug naar Delft gezet. Thuis was mijn moeder razend: ik had lekker zitten eten terwijl de rest thuis moest wachten op het geld en honger had."
Ondanks de confrontatie met die man, blijft Roberto misbruik maken van Ingrid. En hij niet alleen. "Er kwam een Nederlandse man bij die er lucht van had gekregen dat hij mij kon kopen, en die bleef ook slapen. Het was afschuwelijk en smerig. En douchen mocht ik niet, want dat was te duur." Ook de vriend van Ingrids moeder wil misbruik van haar maken. "Dan was mijn moeder erbij en lagen we met z’n drieën in bed. Als ze klaar met me waren, werd ik het bed uitgetrapt. Vaak sliep ik op de grond met alleen een laken, midden in de winter."
Ingrid
"Als ze klaar met me waren, werd ik het bed uitgetrapt."
Als haar moeders vriend op haar moeder is uitgekeken, maakt hij nog steeds misbruik van Ingrid. "Hij was heel ruw, het was echt gruwelijk. Dan eiste hij dat ik mijn benen wijd deed en controleerde hij of ik schoon genoeg was. Dat was ik nooit, want ik mocht nooit douchen, dus dan riep hij mijn moeder en liet hij zien hoe vuil ik was, en dan sloeg mijn moeder me letterlijk de badkamer in. Dan pas mocht ik van haar douchen. Daarna werd ik verkracht. Mijn moeder zei ook regelmatig dat ik een stinkerd was, dat ik een duivelskind was en dat er zwavel uit mijn bek kwam. Ik werd totaal vernederd en voelde aan alles dat aan anderen vertellen wat me overkwam geen optie was."
De kleine Ingrid probeert zoveel mogelijk op de achtergrond te blijven om aan haar moeders aandacht te ontsnappen. Maar omdat haar moeder, die in de bijstand zit, flamboyant wil leven, heeft ze altijd meer geld nodig. "Als er niet genoeg geld was voor eten, werd ik daarop aangekeken. En als er thuis niet regelmatig genoeg mannen langskwamen, moest ik van mijn moeder naar station Delft om mezelf daar aan te bieden."
In de rijwielstalling van het station zitten kleine kamertjes zonder deur. "Daar werden de poetslappen op de grond gesmeten, waarop ik verkracht werd. Ik ging van hand tot hand en nooit hield ik ook maar een cent van wat ik kreeg. Slechts één keer heb ik op station Delft, nadat ik verkracht was, een klein patatje gekocht, de allergoedkoopste optie. Ik had al anderhalve dag niet gegeten en voelde me uitgehongerd en verweesd. Thuis werd ik door mijn moeder in elkaar getrapt en verweet ze me dat ik een grote egoïst was geweest door eten voor mezelf te kopen."
"De poetslappen werden op de grond gesmeten, waarop ik verkracht werd."
De tranen lopen over Ingrids wangen. "Dat mijn moeder zo met mij omging, betekent dat ze mij niet als mens zag. Ik was niets meer dan een gebruiksvoorwerp. Naar school ging ik nauwelijks omdat dat niet van haar mocht. In de winter liep ik op teenslippers, ik had vaak honger en zat onder de luizen. Ondertussen gaf mijn moeder het geld uit aan kappersafspraken en het laten maken van ontelbaar veel pasfoto’s, want ze was geobsedeerd door haar uiterlijk."
Ingrid belandt in die jaren af en toe in een kindertehuis of kinderkolonies als haar moeder haar zat is en beweert overspannen te zijn. "Ook daar heb ik veel nare dingen meegemaakt. Zo wilde ik met mijn pop slapen, maar werd me dat verboden. Toen ik dat toch deed, werd ik aan mijn haren van het bovenste bed van het stapelbed getrokken en naar de enge douchecellen gesleept waar ik de hele nacht moest blijven. Of ze lieten me urenlang op mijn knieën in een biechthokje zitten, totdat ik niet meer kon lopen van de pijn. In de tehuizen was ik nog steeds bang dat er mannen kwamen om me te misbruiken. Iedere nacht had ik nachtmerries en werd ik standaard zeiknat van het angstzweet wakker. In de weekenden moest ik vaak weer naar huis, waar weer een man op me wachtte."
"Ik werd standaard zeiknat van het angstzweet wakker."
Alleen in het kindertehuis in Hilversum krijgt Ingrid iets mee van hoe een normale jeugd eruit kan zien. "Ik kon naar school, had een vriendin en was veilig." Toch weet ook daar niemand wat voor gruwelijkheden zich in Ingrids leven afspelen. "Niemand heeft iets gevraagd, al hadden ze wel kunnen weten dat het niet goed ging, omdat ik mezelf daar begon te snijden. Toen een begeleider van het tehuis daarachter was gekomen, heb ik mezelf aan hem aangeboden. 'Dat hoeft hier niet, ga maar lekker slapen', zei hij toen. Maar hij onderzocht niet waar mijn gedrag vandaan kwam."
Als Ingrid bijna vijftien jaar is en haar moeder banger wordt dat haar dochter zwanger raakt, beveelt ze Ingrid bij haar vader te gaan wonen. Maar door haar vader wordt ze al twee jaar later uit huis gezet omdat Ingrid niet met haar stiefmoeder overweg kan. Ze vindt een kamer in een studentenhuis in Delft. "Ik voelde me verdoofd en moest bijkomen van alles. Toch ging het toen redelijk. Tot ik op mijn negentiende mijn eerste vriendje kreeg. Ik vertelde hem over mijn jeugd en zei: 'Ik snap het als je niet bij me wil zijn, dus als je het uit wilt maken is dat goed'. Maar wat deed hij? Hij beschaamde mijn vertrouwen door in plaats van het uit te maken, vreemd te gaan. Dat raakte me zo diep. En toen kwam alles naar boven."
"Hij geloofde niet dat ik de waarheid sprak over wat me was aangedaan."
Ingrid komt in de diepste put terecht en is latent suïcidaal. "Mijn eerste therapeut zei na tien gesprekken: 'Nu kan je weer verder', terwijl ik zwaar suïcidaal was. Hij geloofde niet dat ik de waarheid sprak over wat me was aangedaan. Ik ben ook tweemaal drie maanden opgenomen geweest op de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis, maar daar loop je meer trauma’s op dan dat je trauma’s kwijtraakt. Later zat ik een jaar intern bij een kliniek voor psychotherapie. Zoals overal werden mijn trauma’s als 'te heftig' bestempeld en wist de kliniek niet goed wat ze met mijn verleden aan moesten, maar toch mocht ik blijven en voelde ik me hier veilig."
In die periode ziet Ingrid haar moeder alleen op verjaardagen van haar broers of zussen. Met haar vader heeft ze iets meer contact. "Ik stond alleen, en had op een bepaalde manier ook alleen hen. Nu ik groter en mondiger was, sloegen ze me ook niet meer in elkaar."
Ondanks alle trauma’s en beperkte scholing weet Ingrid zich op te klimmen in de maatschappij. Als ze dertig jaar is, doet ze aangifte tegen haar moeder en de pleger van seksuele uitbuiting. "Maar omdat de strafbare feiten niet meer bewezen konden worden en meer dan twaalf jaar geleden hadden plaatsgevonden, werd er geen straf opgelegd. Toch is mijn aangifte niet voor niets geweest. Hij heeft er namelijk mede voor gezorgd dat de wetgeving is veranderd en strafbare feiten van seksueel geweld gepleegd na 2001 nu niet meer kunnen verjaren."
Ingrid zet zich nu, onder andere bij Centrum Kinderhandel en Mensenhandel, met hart en ziel in om te voorkomen dat de kinderen van nu hetzelfde overkomt. "Seksueel misbruik van kinderen in de familiekring komt veel vaker voor dan we denken. Maar het is zó grensoverschrijdend dat ons systeem zo is ingericht dat we het niet herkennen, uit een soort zelfbescherming. Mensen willen niet dat dit bestaat, willen niet geloven dat er moeders zijn die hun kind zoiets aandoen. Er is maar een kleine groep hulpverleners die het wil weten en een nog kleinere groep hulpverleners die het ook aan kán. Want je moet bereid zijn je wereldbeeld aan te passen en je bewust zijn van je eigen respons op de wereld die je niet wilt. En dat is een ingewikkeld proces."
"Mensen willen niet geloven dat er moeders zijn die hun kind zoiets aandoen."
De hulpverleners die Ingrid in haar jeugd is tegengekomen, hadden het misbruik ook bij haar thuis kunnen zien, denkt ze. "We stonden onder toezicht en gingen kindertehuis in en uit. Hulpverleners hadden kunnen zien dat er te dure meubels en een kleurentelevisie in de woonkamer stonden, wat wees op een andere bron van inkomsten dan enkel mijn moeders uitkering. Ik neem het de mensen van toen niet kwalijk omdat kindermisbruik en kinderhandel toen onbekende onderwerpen waren, maar wil dat de hulpverleners van nu getraind worden om het te zien. Want het komt in alle lagen van de samenleving voor."
Wat zijn signalen waaraan we kindermisbruik of uitbuiting kunnen herkennen? "Het gaat om signalen van ‘ontmenselijken’, iemand niet meer als mens behandelen. Kinderen die niet of nauwelijks eigen spullen hebben, kinderen die slecht of weinig voeding of persoonlijke verzorging krijgen. Uit onderzoek blijkt dat kinderen vaak worden thuisgehouden en niet naar school gaan. Kinderen die lang met een open wond of een slecht gebit rondlopen. Of als kinderen als object worden benoemd als ‘Stinkerd’ en niet bij hun naam worden genoemd. En let op de manier waarop een kind zichzelf beoordeelt, want daarin wordt de ouder gereflecteerd."
Jaren na het misbruik heeft Ingrid haar vader, die inmiddels is overleden, erover verteld. Hij bleek wel door te hebben dat er vreemde dingen gebeurden, maar dacht dat Ingrid 'gewoon net zo’n hoer was als haar moeder'. "Die woorden deden enorm veel pijn.” Haar moeder ontkent wat ze haar dochter heeft aangedaan. Contact met haar broers en zussen heeft Ingrid niet meer. "Ze behandelen me sinds mijn aangifte als de schuldige van hun ongemak. Mijn hele leven is een aaneenschakeling van teleurstelling en extreme pijn."
"Mijn hele leven is een aaneenschakeling van teleurstelling en extreme pijn."
Ingrid zelf heeft een man en een zoon, die haar iedere dag reden geven om te blijven leven. "Ik geef zoveel om mijn zoon dat ik mijn trauma wil dragen, terwijl doodgaan makkelijker is dan blijven leven. Acht jaar geleden probeerde ik mezelf van het leven te beroven omdat ik zo moe en op was. Toen ik in het ziekenhuis bijkwam en besefte dat ik mijn kind hiermee had beschadigd, beloofde ik hem dit nooit meer aan te doen. Met mijn verleden valt het moederschap me met tijd en wijlen ontegenzeggelijk zwaar, maar ik wil het goed doen."
In Weert volgt Ingrid daarom traumaverwerkingstherapie voor haar PTSS. "Dat hielp zo goed. Ik kan eindelijk zonder extreme pijn leven. De ernstigste angels zijn eruit waardoor het leven draaglijk is, al slaap ik nog altijd slecht." Ingrid huilt. "Ik word zo moe van het overleven. Alleen ik weet hoe het misbruik voelde, alleen ik ken de geuren, de pijn en de misselijkheid. Dat is eenzaam. Ik heb geluk met een bovengemiddeld hoog IQ en kan mezelf goed uitdrukken. Op een bepaalde manier ben ik er gekomen, maar niemand kent het gewicht van mijn strijd. Maar ik geloof dat het lijden eindig is en dat er ergens rust is."
"Ik geloof dat het lijden eindig is en dat er ergens rust is."
Er ligt nadruk in Ingrids stem. "Nú moet ik al mijn kennis en energie inzetten om de slachtoffers van vandaag zichtbaar te maken. Ik vertel mijn verhaal zodat anderen het straks niet hoeven te vertellen. De slachtoffers van nu moeten weten dat ze serieus genomen worden en dat er een leven is na die verschrikkelijke ellende. Ze moeten zien dat er mensen zijn die eruit zijn gekomen en dat er hulp is."
Herken jij je in Ingrids verhaal of denk je signalen van uitbuiting te herkennen? Op www.fier.nl/chat/ staan professionals voor je klaar voor hulp, of bel met de luisterlijn.
Klik hier voor meer informatie over kinderhandel in Nederland.
De weergave van deze video vereist jouw toestemming voor social media cookies.
In Dit is de kwestie (EO) deelt Ingrid haar verhaal. Bekijk de volledige uitzending hier.
Wil jij de aflevering liever streamen? Klik hier om de aflevering te bekijken via NPO Start.
Kloosterbroeder redde Christina uit de gedwongen prostitutie: 'Mijn oom hield me gevangen'
Geertje werd slachtoffer van loverboy: 'Ik ontving mannen in hetzelfde bed als waarin ik sliep'
Seksuele uitbuiting binnen families: 'Alles roept en schreeuwt: ik wil dit niet'
De signalen van seksuele uitbuiting: 'Ga af op je onderbuikgevoel'




