
Leestijd: 8 minDoor Nicolette de Boer
Meer dan vijf miljoen Nederlanders zijn mantelzorger: ze zorgen onbetaald voor hun ouders, partner of kind. Door onder andere vergrijzing wordt er een steeds groter beroep op hen gedaan: "Ik weet niet of ik dit nog volhoud."
In Nederland kunnen we niet zonder mantelzorgers. Meer dan 5 miljoen Nederlanders zijn mantelzorger: dat is 1 op de 3 mensen. Ze zorgen onbetaald voor hun ouders, partner of kind. Vaak is deze zorg intensief en langdurig.
Je bent mantelzorger als je zorgt voor iemand in je omgeving. Denk aan een familielid, vriend(in) of misschien wel buur. Dit doe je omdat je een sociale relatie met deze persoon hebt. De zorg is meestal langdurig en kan intensief zijn.
De hulp kan bestaan uit verzorging, zoals wassen en aankleding. Ook kan het gaan om huishoudelijke taken, zoals hulp bij koken en schoonmaken. Of denk aan geestelijke steun bij een depressie. Soms gaat het zelfs om het uitvoeren van verpleegkundige handelingen, zoals een dagelijkse insuline-injectie bij een diabetespatiënt.
Vrouwen geven vaker mantelzorg dan mannen. In 2023 ging het om vijftien procent van de vrouwen en tien procent van de mannen. Ook besteden vrouwen gemiddeld meer tijd aan mantelzorg. Bij hen gaat het om veertien uur per week. Bij de mannen is dat twaalf uur per week. Ongeveer één op de vier jongeren (een half miljoen) biedt mantelzorg aan een naaste.
Door vergrijzing, personeelstekorten en langer thuiswonen wordt er steeds meer van mantelzorgers gevraagd. Zo komen er steeds meer ouderen bij, die vaker langdurige hulp nodig hebben. Tegelijk wil de overheid dat mensen langer thuis blijven wonen. Daardoor komt meer zorg bij familie en bekenden terecht.
De druk op mantelzorgers neemt dus toe, terwijl ondersteuning uitblijft door het groeiend tekort aan zorgpersoneel. Dat heeft grote gevolgen voor het persoonlijke leven van mantelzorgers.
Zo is het in de praktijk lastig om mantelzorg en werk te combineren. Bijna de helft van de mantelzorgers combineert de zorg met een betaalde baan. Dat blijkt uit onderzoek van Alzheimer Nederland, MantelzorgNL en Stichting Werk&Mantelzorg onder ruim 700 mantelzorgers.
Drie op de tien mensen geven aan dat ze mantelzorg (heel) slecht kunnen combineren met hun werk. Eén op de zeven mantelzorgers (veertien procent) is zelfs gestopt met werken of uitgevallen. Van hen zegt bijna de helft (43 procent) dat dit voorkomen had kunnen worden door meer ondersteuning in werk en zorg.
Op de werkvloer is er lang niet altijd iets geregeld voor mantelzorgers. Een derde van de mantelzorgers krijgt geen enkele vorm van ondersteuning. Terwijl hele simpele oplossingen helpend kunnen zijn. Denk aan meer openheid, steun en begrip, flexibiliteit in werkroosters, (deels) thuiswerken of het opnemen van (deels betaald) zorgverlof.
Mantelzorg kan mooi en waardevol zijn, maar kan ook leiden tot stress, vermoeidheid en overbelasting. Steeds vaker voelen mantelzorgers zich zwaar- of overbelast. Zo gaven vorig jaar ruim 436.000 volwassen mantelzorgers aan dat ze zwaar- of zelfs overbelast raken. Dat is een stijging van meer dan een kwart (27%) dan twee jaar ervoor.
Mantelzorgers die langdurig en veel uren per week zorg verlenen, lopen meer kans op overbelasting. Ze hebben bijvoorbeeld het gevoel om er alleen voor te staan. Ook kunnen ze te maken hebben met veel wetten en regels. Het is voor hen niet altijd duidelijk wanneer en bij wie ze terecht kunnen voor professionele hulp of informatie. Daarom komt deze hulp vaak te laat.
Meestal is mantelzorg onbetaald. Wel krijgen sommige mantelzorgers een vergoeding uit het persoonsgebonden budget (PGB). Dit potje is bedoeld voor mensen die specifieke zorg nodig hebben, omdat ze bijvoorbeeld een handicap hebben. Op deze manier kan degene die zorg nodig heeft, dit inkopen bij bijvoorbeeld familieleden, vrienden of mensen uit de buurt.
Uit onderzoek van Pointer (KRO-NCRV) blijkt dat gemeenten steeds strenger worden met het toekennen van pgb-budget. Door strenger beleid worden ouders van een kind met een beperking nu aangespoord om de zorg waar ze eerder financiële compensatie voor ontvingen, nu gratis te leveren.
Elk moment van de dag zorgt Yvonne Smedema voor haar man Roeland, die dementie heeft. De zorg wordt alleen maar zwaarder. Daarnaast werkt ze nog 20 uur in de zorg. Inmiddels zit ze tegen een burn-out aan.
Yvonne Smedema
Zorgt voor haar man Roeland"Het voelt benauwend. Op werk verbazen ze wel dat ik nog werk. Maar dan zeg ik: wat moet ik anders? Als ik instort, dan stort alles in. Dan moet hij halsoverkop uit huis. Want dan is er niemand waar hij zomaar even een nacht kan slapen. Als ik eraan toegeef, houdt alles op."
Ze heeft het gevoel dat ze twee banen heeft. Er is weinig tot geen ruimte voor ontspanning. Ze zou het heerlijk vinden om gewoon eens rustig in de tuin te kunnen zitten.
"Ik ga van mijn werk naar mijn werk, en van mijn werk terug naar mijn werk. Ik werk de hele dag. Ontspanning en rust is er niet zo veel. Dat maakt me wel verdrietig. Ik moet vaak jagen en nadenken wat er allemaal nog moet gebeuren als ik thuiskom van mijn werk."
Batya (21) is moeder van de vierjarige Ayira. In de zorg voor haar dochtertje, die een lichamelijke en verstandelijke beperking heeft, staat ze er alleen voor.
Batya Nieuwenhoff
Zorgt fulltime voor haar dochtertje Ayira (4)"Als Ayira te veel prikkels krijgt, raakt ze overprikkeld. Dit kan van simpele dingen zijn. Als dat lang aanhoudt, krijgt ze een meltdown. In het openbaar vervoer kan dit best erg zijn. Op zo’n plek kan je de prikkels niet vermijden. Ik krijg ook weleens opmerkingen. Dan snappen mensen niet dat haar zenuwstelsel anders werkt dan dat van ons."
Werken en zorgen tegelijk: het leverde Batya al jong een burn-out op. Nu is ze fulltime thuis voor Ayira. Door lange wachtlijsten is er niemand op wie ze terug kan vallen. In haar situatie voelt ze zich gedragen door God.
"Het was onmogelijk om mijn werk en de zorg voor Ayira te combineren. Het is echt fulltime zorg. Ik was aan het racen tegen de klok. Heel de dag was ik aan het racen richting mijn volgende verantwoordelijkheid. Want als je weer thuis komt, moet je eigenlijk al gekookt hebben alles Ayira-proof gemaakt hebben. In die tijd had ze veel meltdowns, ik kon mij niet 100% geven."
Jarenlang zorgde Louise Wagenvoort voor haar jongste zoon Mees (17). Sinds kort is hij uit huis, omdat de zorg te zwaar werd. Vanaf zijn geboorte tot aan het moment waarop hij uit huis ging, stonden de ouders van Mees elk moment in overlevingsmodus. De zorg ging 24 uur per dag door.
Louise Wagenvoort
Zorgde jarenlang voor haar zoon Mees (17)"Mees is een ontzettend vrolijk en heerlijk kind om om je heen te hebben. Dat wil ik de boventoon laten voeren. Maar de zorg voor hem vraagt om altijd 100% alert te zijn. Dat heeft eigenlijk te veel gevraagd. Er zijn in de afgelopen jaren veel momenten geweest waarop ik dacht: ik weet niet of ik dit nog heel lang volhoud. Maar als ouder van een zorgintensief kind heb je niet de keuze om te blijven liggen, als je bij je enkels afbreekt."
Nu worstelt Louise met burn-outverschijnselen van al die jaren intensieve zorg. In de tussentijd moet ze toch solliciteren om financieel het hoofd boven water te houden.
"Ik heb geen carrière opgebouwd door de zorg voor Mees. Ik heb te veel van mezelf gevraagd. Ik ben mezelf voortdurend voorbij gerend. Mijn inkomen kwam uit het PGB (persoonsgebonden budget). Op het moment dat je kind overlijdt of elders gaat wonen, valt dat weg. Je hebt geen recht op WW of pensioenopbouw. Daarom moet ik nu solliciteren. Terwijl ik volgens de huisarts zeker een jaar nodig heb om weer de oude te worden."
Een verhuizing naar een instelling, dat ging niet vanzelf. Er zijn weinig passende plekken voor Mees, vertelt moeder Louise. Ook dat vraagt energie en maakt dat ze zorgen heeft over de toekomst.
"Mees praat niet. Wij kennen hem goed, wij zijn zijn stem. De mensen die voor hem gingen zorgen, moesten zijn taal leren verstaan. Dat heeft tijd nodig. In die periode hebben we ondervonden dat de zorg voor hem zo complex is, dat het niet altijd aansluit bij wat hij nodig heeft. We zijn voortdurend aan het meekijken."
Mantelzorgers worden massaal de dupe van alle bezuinigingen op de zorg, stelt Dick Koerselman, interim-voorzitter bij vakbond FNV. Al langere tijd waarschuwt hij voor de grote uitval en overbelasting van mantelzorgers.
Dick Koerselman
Interim-voorzitter FNV"De situatie is dramatisch. De maat is vol voor mantelzorgers. Er moet echt iets gebeuren. Helaas gebeurt het omgekeerde: de coalitie is van plan om te bezuinigen op de zorg. Dat gaat niet goed als nu al 13% is uitgevallen."
Hij is groot voorstander van acht weken betaald mantelzorgverlof. Dat betekent dat werknemers tijdelijk minder kunnen werken om te zorgen voor hun naaste, terwijl het loon doorbetaald blijft worden.
"23% van de mantelzorgers gaat nooit op vakantie, want hun verlofdagen gaan op aan mantelzorg. Dus zij kunnen niet uitrusten. Als een werkend mens niet uitrust, gaat dat niet goed. Ik vrees dat nog meer mensen dreigen uit te vallen. Maar er is een kans om dat om te draaien met betaald mantelzorgverlof."
Ook de geplande, forse bezuinigingen op de zorg zullen mantelzorgers geen goed doen, vreest hij.
"Het plan is om ruim 7 miljard te bezuinigen op de zorg. Dat gebeurt met name in de wijkzorg. Als huishoudelijke hulp stopt, gaan mantelzorgers weer in dat gat springen. Dan krijgen ze er weer een taak bij. Dus het probleem wordt daarmee alleen maar groter."
In Dit is de Kwestie (EO) gaat presentator Johan Eikelboom verder over dit onderwerp. Kijk de uitzending woensdag 11 maart op NPO2.
Wil jij de aflevering liever streamen? Klik hier om de aflevering na afloop te bekijken via NPO Start.

Jeroen heeft een lichamelijke en verstandelijke beperking: 'Ze wilde hem euthanasie geven'

Jerne (16) is mantelzorger voor zijn broertje: 'Ik ben het gewend veel te helpen'

Tamara’s kinderen zijn haar mantelzorgers: 'Ik hoor voor mijn kinderen te zorgen, niet andersom'

1 op de 4 kinderen is mantelzorger: 'Ik zit constant in die zorgmodus, waardoor ik niet echt kind kan zijn'