
Leestijd: 5 minDoor Lydia Kruin-Fris
Veel Nederlanders kampen met slaapproblemen. Daarbij grijpen we te snel naar pillen, vindt huisarts Bart van Pinxteren. Hij biedt juist een andere oplossing.
Bart van Pinxteren is huisarts en medeontwikkelaar van Slaapstraat. Dit is een zorgprogramma voor de diagnostiek en behandeling van slaapproblemen in de huisartsenpraktijk. Als het aan Van Pinxteren ligt, komt er meer aandacht voor slaap in onze omgang met gezondheid. We stellen hem zeven vragen.
"Een slaapprobleem kan er voor verschillende mensen verschillend uitzien. Maar niet ieder slaapprobleem is een slaapstoornis. Huisartsen hebben snel de neiging in de korte spreektijd wat slaaptips en -adviezen te geven als een patiënt over slaapproblemen begint, maar ik pleit ervoor dat het belangrijk is eerst uitgebreider naar het slaapgedrag te kijken. Er is tijd nodig voor de behandeling van slaapproblemen, want eerst moet het gedrag in kaart worden gebracht. Ik laat patiënten een slaapdagboek bijhouden en een uitgebreide vragenlijst invullen. Op basis daarvan kan ik beoordelen of er sprake is van een slaapstoornis. Het komt namelijk ook voor dat mensen denken een stoornis te hebben, terwijl dat niet zo is. Mensen die bijvoorbeeld drie keer per nacht kort wakker worden, maar wel snel doorslapen, hebben helemaal geen stoornis. ’s Nachts wakker worden is heel normaal."
"Het is belangrijk om bij een ingrijpende gebeurtenis vast te houden aan je normale slaapritme."
"Vaak is er sprake van een ‘life event’, een ingrijpende gebeurtenis, zoals een verhuizing, de geboorte van een kind, het verlies van een dierbare, een nieuwe baan of de overgang. Je raakt ontregeld en ligt wakker, en dat is helemaal niet gek. Als reactie daarop gaan mensen dat vaak overcompenseren door langer in bed te blijven iggen of vroeger naar bed te gaan in de hoop beter uit te rusten. Maar de realiteit is dat dat niet werkt, dat die omgang met het slaapprobleem juist leidt tot een slaapstoornis. De oorzaak is dan weg – de verhuizing is achter de rug, het kind is groot – maar het gedrag heb je volgehouden. Het is juist belangrijk om bij een ingrijpende gebeurtenis vast te houden aan je normale ritme."
"Dat is slapeloosheid, ook wel insomnia genoemd. Daar is sprake van als iemand ten minste drie keer per week klachten heeft voor ten minste vier weken tot drie maanden. De klachten bestaan dan uit: moeite met inslapen, vaak en lang wakker liggen en vroeg wakker worden en daar overdag last van hebben."
"Nee. Ik vind dat er nog te weinig mensen mee naar een huisarts gaan. Heel gek is dat ook niet, want er is bij veel huisartsen een gebrek aan tijd voor en soms kennis van het onderzoek en de behandeling van slaapstoornissen. Vandaar dat ik samen met anderen de Slaapstraat heb opgezet. Ook tijdens de studie geneeskunde was slaap een ondergeschoven kindje, geen sexy onderwerp. Patiënten die bij mij komen presenteren eerder andere klachten zoals vermoeidheid, somberheid of pijn. Ik vraag dan zelf naar de kwaliteit van slaap, omdat slaap veel invloed heeft op die andere klachten. Ik ben wel blij dat er meer aandacht lijkt te komen voor het belang van slaap. Voorheen was er veel aandacht voor het belang van beweging en gezonde voeding, maar sinds kort neemt slaap ook een belangrijke plek in in dat rijtje. Dat mag wat mij betreft nog prominenter."
"Melatonine, slaapdrankjes, poedertjes en 'DroomSap': allerhande goeroes prijzen allerlei slaapmiddelen aan."
"Slecht. In de richtlijn van Nederlandse huisartsen staat ook dat slaapmedicatie bij voorkeur niet moet worden voorgeschreven. Ik maak me er ook zorgen over dat er op sociale media door allerhande goeroes allerlei slaapmiddelen besproken en aangeprezen worden. Ze hebben het over melatonine, slaapdrankjes, poedertjes en 'DroomSap'. Terwijl bijvoorbeeld slapeloosheid goed behandelbaar is met iets anders dan pillen, namelijk met cognitieve gedragstherapie. Ik snap best dat een pil een makkelijkere oplossing lijkt, maar dat is het niet. Gedragstherapie is intensief en kost tijd, en dat past eerlijk gezegd ook niet bij wat huisartsen gewoonlijk doen. Maar het werkt wel. Het goede nieuws is dat zo’n 80 procent van de mensen met slapeloosheid baat heeft bij een paar weken van deze therapie, ook mensen die al twintig jaar slecht slapen."
"Bij cognitieve gedragstherapie zijn we bezig om gedachten en gewoonten te doorbreken die slapeloosheid in stand houden. Kort gezegd verkorten we eerst de tijd dat iemand in bed ligt om de druk op het slaapmoment te vergroten. Daarna verlengen we het moment en wordt het bed echt weer een plek om in te slapen in plaats van in wakker te liggen."
"We denken dat het normaal en belangrijk is om iedere nacht acht uur te slapen, dat dat een biologisch gegeven is. Maar als we naar de geschiedenis kijken, is dat helemaal niet zo. Voordat kunstlicht bestond ging men slapen zodra het te donker was om iets te doen. Tussendoor wakker worden was helemaal niet gek, dan gingen mensen gewoon even met elkaar praten of zingen voordat ze weer verder gingen slapen. Slaap was meer over de hele dag uitgespreid. Als je goed functioneert met vijf uur slaap, kan dat gewoon. En af en toe een nacht slecht slapen is ook niet gek als je veel aan je hoofd hebt."
In Dit is de kwestie (EO) gaat Joram Kaat verder over dit onderwerp in gesprek. Bekijk de volledige uitzending hier.
Wil jij de aflevering liever streamen? Klik hier om de aflevering te bekijken via NPO Start.

Kees slaapt al twaalf jaar niet meer: 'Ik kan mezelf niet zijn en stel mezelf teleur'

Slecht slapen door ADD? Doortje (28) weet hoe slopend dat is

Wat doe je als je al jarenlang niet slaapt? 'Je weet niet meer wat werkelijkheid is en wat niet'

Als je je kapot verveelt op je werk: 'Ik kon niet meer slapen van de stress'