
Leestijd: 5 minDoor Willem de Gelder
Het aantal suïcides onder mannen in Nederland is schrikbarend hoog, vindt schrijver en journalist Tim van Boxtel. Elke zeven uur overlijdt er in Nederland een man aan suïcide, maar toch is er maar weinig aandacht voor, vindt hij.
Denk jij aan zelfdoding? Bel 24/7 gratis en anoniem met 113 of chat op 113.nl.
Het CBS bracht vorige maand cijfers uit van het aantal suïcides in Nederland. In 2025 waren dat er 1758. In ongeveer tweederde van de gevallen ging het om mannen (1205), dus het aantal zelfdodingen onder mannen is twee keer zo hoog als onder vrouwen. Toch werd het door media maar weinig opgepikt, vindt Van Boxtel, die onlangs het boek Waarom mannen niet praten schreef.
Hij ergert zich eraan. "Het is zo’n indrukwekkend aantal. Moet je nagaan: je gaat slapen en als je wakker wordt, is er alweer een man aan overleden", vertelt hij. "Dat is niet iets van dit jaar. Het is al heel lang zo. En ik vind het onbegrijpelijk dat daar - op het moment dat er nieuwe cijfers over komen – niet alle krantenkoppen mee volstaan. Het is zó’n groot probleem. Zo’n pijnlijk aantal", vindt hij.
Hij snapt dat media terughoudend zijn in berichten over het onderwerp, omdat ze mensen niet op ideeën willen brengen, maar hij denkt dat er een diepere verklaring is: "De man als slachtoffer is niet echt een narratief wat in deze tijd populair is. Mannen die sterven aan zelfdoding zijn slachtoffers, vind ik, maar mensen lijken dat niet echt te willen horen. Dat zit trouwens ook bij mannen zelf, als groep, die zich niet in de slachtofferrol willen plaatsen. Dat voelt kwetsbaar."
Toch moeten we er wat mee, vindt hij: "Als we hier geen punt van maken, dan gaan we het ook nooit oplossen. Je moet in ieder geval het probleem erkennen, voordat je aan een oplossing kan gaan werken."
Tim van Boxtel
Schrijver en journalist"Soms zijn het ook ouders die actief tegen een jongen zeggen, als hij valt en pijn heeft: 'Kom op, opstaan, doorgaan, je bent toch geen watje?'"
De reden waarom veel meer mannen dan vrouwen suïcide plegen is lastig te bepalen, zegt Van Boxtel. Voor zijn boek interviewde hij experts, nabestaanden maar ook mannen die pogingen deden. Ze gaven allemaal verschillende redenen. Maar hij zag toch ook een rode draad: "Je ziet in het algemeen dat mannen veel slechter zijn om te praten over hun gevoelens en hun problemen. Dat is veel mannen niet aangeleerd. Sterker nog, de samenleving leert je het zelfs af."
Dat kan tot problemen leiden: "Op het moment dat je dan vastloopt in je hoofd, dan heb je dus nooit geleerd dat je daarover kunt praten en je kunt laten helpen. En als je het niet doet, dan kan het heel donker worden." Regelmatig hoorde hij van nabestaanden dat ze van niks wisten. "Die man dacht: hij moet het alleen oplossen. Dat is helemaal niet zo. Dat is iets wat aangeleerd is."
Dat afleren gebeurt al op jonge leeftijd, zegt Van Boxtel. "Van jongs af aan krijg je als jongen bepaalde boodschappen mee hoe je je als jongen zou moeten gedragen. Je wordt ermee geconfronteerd als je de televisie aanzet, je leert het op school. Soms zijn het ook ouders die actief tegen een jongen zeggen, als hij valt en pijn heeft: 'Kom op, opstaan, doorgaan, je bent toch geen watje?' Het zit in allerlei hoeken in de samenleving."
Zelf viel Van Boxtel op zijn vijftiende uit op school omdat hij last had van extreme angsten. Ondanks dat zijn ouders heel erg stimuleerden om over zijn gevoelens te praten, vond hij dat maar lastig. Hij werd naar een psycholoog gestuurd. "Ik vond dat maar ongemakkelijk. Ik had heel erg van: je bent een jongen, dus je moet stoer zijn en je mag niet bang zijn", blikt hij terug.
Op zijn zeventiende viel hij nog een keer uit, waardoor hij weer bij een andere psycholoog terecht kwam. Stukje bij beetje werd hij opener: "Het werd steeds iets makkelijker om mezelf te openen en te praten over wat er zich in mijn hoofd afspeelde. Ik vond het steeds minder gek, maar dat heeft lang geduurd."
Gedachten aan zelfdoding had hij zelf ook wel eens, vertelt hij, vooral toen hij jong was. "Ik ben anderen en mijn ouders alleen maar tot last, dus misschien is het beter als ik er niet meer ben. Maar er zit natuurlijk wel een groot verschil tussen die gedachten hebben en er ook naar handelen", vertelt hij. Hij besprak het uiteindelijk ook met een psycholoog.
Maar allemaal maar naar de psycholoog gaan is niet de echte oplossing, vindt Van Boxtel. In het dagelijks leven kunnen mannen elkaar ook helpen om opener te zijn. Door gewoon eens oprecht te vragen hoe het gaat en ook door te vragen. Dat kan de eerste keer ongemakkelijk zijn, maar het went, denkt hij.
Ook de maatschappij zal moeten veranderen, vindt Van Boxtel, maar dat is niet zo’n makkelijk proces. Het begint bij erkennen: "Eigenlijk altijd als ik mensen vertel over deze cijfers, zijn ze allemaal verbaasd. Dat zegt voor mij al genoeg over hoe lang de weg is die we nog moeten gaan met elkaar."

