
Leestijd: 6 minDoor Steve Oosterkamp
Welke rol speelde mannelijkheid in het fascisme? Met die vraag houdt journalist en historicus Daniela Hooghiemstra zich bezig. Ze ziet opvallende gelijkenissen tussen de mannenbondgenootschappen binnen het nationaalsocialisme en de aantrekkingskracht van online mannengemeenschappen vandaag de dag, ook wel de ‘manosphere’ genoemd. In Dit is de dag (EO) legt ze uit hoe dat zit.
Hooghiemstra verdiepte zich in de familiegeschiedenis van twee broers uit een adellijke familie. De bekendste is Marinus van der Goes van Naters, een invloedrijke sociaaldemocraat en na de Tweede Wereldoorlog fractievoorzitter van de PvdA. Hij stond bekend als een idealistische jurist met een sterk geloof in de rechtsstaat.
Zijn broer Willem koos een totaal andere richting. Hij geloofde niet in democratie, maar juist in een sterke leider en een krachtige natie. Teleurgesteld in Nederland en zelfs in de NSB, die hij niet radicaal genoeg vond, vertrok hij in 1938 naar Duitsland.
Tijdens haar onderzoek ontdekt Hooghiemstra dat beide broers op mannen vielen. Dat bracht haar op een heel nieuw spoor. "In de jaren 20 was homoseksualiteit strafbaar en maatschappelijk onacceptabel", legt ze uit. "Je werd gezien als ziek, zielig of zelfs crimineel. Beide broers zochten een manier om daarmee om te gaan."
Voor Willem leidde dat tot een sterke behoefte aan een uitgesproken vorm van mannelijkheid. Die vond hij in het nationaalsocialisme: een ideologie waarin kracht, stoerheid en mannelijke kameraadschap centraal stonden.
Marinus van der Goes van Naters
Volgens Hooghiemstra speelde mannelijkheid een grote rol binnen het fascisme, vooral in Duitsland. Al vóór de opkomst van het nationaalsocialisme bestond daar een traditie van mannenbonden, waarin ideeën over mannelijkheid en nationale identiteit nauw met elkaar verweven waren.
Bekend is het verhaal van Ernst Röhm. Hij was leider van de SA, een in 1921 door Hitler opgerichte paramilitaire knokploeg van de NSDAP. Röhm was openlijk homoseksueel. Toen Hitler meer steun wilde van de christelijke bevolking, liet hij Röhm vermoorden en presenteerde hij dat als een 'zuivering' van de beweging.
Tegelijkertijd zat er een opvallende tegenstelling in de nazi-ideologie. Naar buiten toe werd het traditionele gezin verheerlijkt, maar intern draaide de beweging juist sterk om mannen onder elkaar.
Daniela Hooghiemstra
Historicus en journalistLeiders als Hitler omringden zich vooral met mannen en onderhielden intense vriendschappen.
"Je ziet het in de beelden, de esthetiek: groepen mannen die als één lichaam een leger vormen", zegt Hooghiemstra. "Maar Hitler was ook nooit getrouwd. Hij had altijd vrienden, nooit vriendinnen. Eva Braun was zogenaamd zijn minnares, maar ik vraag me af of ze dat echt was. Er zijn veel ooggetuigen die zeggen dat ze alleen een uiterlijke verschijning was."
Hooghiemstra benoemt dat er memoires zijn geschreven door een jeugdvriend van Hitler, waarin hij openhartig schrijft hoe intiem die vriendschap was. "Ik wil af zijn van de vraag wat ze in de slaapkamer met elkaar deden. Maar het belangrijkste is dat het een misogyne beweging was: een beweging die de vrouw het liefst zo ver mogelijk op een eigen eilandje had, waar de kinderen verzorgd werden en de vrouwendingen gebeurden. De mannen moesten een aparte groep vormen."
Historicus en journalist Daniela Hooghiemstra volgt in haar nieuwe boek 'De rode en de zwarte jonker' het verhaal van de twee broers Van der Goes van Naters.
Volgens Hooghiemstra was het fascisme een reactie op veranderende rolpatronen tussen mannen en vrouwen. "Het ging niet alleen om links of rechts, maar om een culturele strijd", zegt ze. "Wat is een man? Wat is een vrouw? En wat zijn de rolpatronen in de samenleving?"
Binnen mannenbonden speelde vaak een angst voor vrouwelijkheid. Mannen zochten elkaar op, volgens Hooghiemstra deels uit vrees dat contact met vrouwen hen 'zwakker' of minder mannelijk zou maken.
Die dynamiek ziet Hooghiemstra deels terug in de huidige manosphere: online gemeenschappen waarin mannen elkaar opzoeken en zich afzetten tegen vrouwen. "Het idee is dat je als man meer hebt aan andere mannen", zegt ze. "Voor vriendschap, gesprekken, sport en soms zelfs voor intimiteit."
Hoewel de context nu totaal anders is, herkent ze dezelfde onderliggende onzekerheid. "We leven in een tijd waarin veel verandert. Rollen verschuiven en mensen zoeken naar hun plaats in de samenleving. Dat kan leiden tot een teruggrijpen op traditionele ideeën over mannelijkheid." Types als Andrew Tate en Jordan Peterson genieten online enorme populariteit onder jonge mannen.
Andrew Tate staat bekend om zijn extreme opvattingen over vrouwen en heeft enorme populariteit onder jonge mannen.
Hooghiemstra is terughoudend om dit soort ontwikkelingen meteen als bedreigend te zien. "Ik ben niet van de school die meteen alles gevaarlijk vindt", zegt ze. Tegelijk wijst ze wel op een risico. "Waar veel mannen bij elkaar zitten en samen op pad gaan, kan het mannelijke leiden tot geweld."
Volgens haar zit het gevaar vooral in de manier waarop mannelijkheid wordt benaderd. "Het heeft iets geforceerds altijd. Daar zit het gevaar", zegt ze. "Dat ze op een geforceerde manier vasthouden aan de masculiniteit, die niet helemaal natuurlijk is."
Juist in groepen waar vrouwen minder onderdeel zijn van het geheel, ziet ze dat effect sterker terug. "Bij groepen waar vrouwen op een meer natuurlijke manier onderdeel zijn, heb je minder dat geforceerde gedrag."
Benieuwd naar het hele gesprek? Luister hier naar Dit is de dag (EO) waarin presentator Joram Kaat in gesprek gaat met historicus en journalist Daniela Hooghiemstra. Klik hier om het gesprek af te spelen op jouw favoriete podcast-app.
De weergave van Spotify vereist jouw toestemming voor social media cookies.

Komt de traditionele, krachtige alfaman weer helemaal terug?

Wat spreekt jonge mannen zo aan in Jordan Peterson? 'Ze hebben behoefte aan duidelijkheid'