
Leestijd: 4 minDoor Boudewijn Drechsler
Jongvolwassenen die geen geschikte woning kunnen vinden, stellen kinderen krijgen uit. Zijn ze de dupe van de jarenlange marktwerking of gewoon te veeleisend?
Dat de woningcrisis voor een lager geboortecijfer zorgt bleek onlangs uit onderzoek van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI). Het aantal kinderen dat in Nederland geboren wordt, is de afgelopen jaren drastisch gedaald van 1,8 kind per vrouw in 2010 tot 1,43 in 2024. Dat is het laagste cijfer ooit gemeten.
Dat de huizenprijzen sterker stijgen dan de inkomens maakt het steeds lastiger om een woning te vinden die we nu als ‘gezinsvriendelijk’ zouden classificieren. Pro-kamerlid Marjolein Moorman was afgelopen zaterdag in Dit is de Week en reageerde op het onderzoek: "“Het feit dat je gewoon je leven niet kan leiden zoals je dat wil omdat de huizen te duur zijn. Dat geeft wel aan in wat voor tijd we terecht zijn gekomen. Het mag niet zo zijn dat je kinderen krijgen uitstelt omdat er geen geschikte woningen zijn. Betaalbaar wonen is nota bene een grondwettelijk recht.”
Een woningcrisis is niet alleen iets van nu. Het duikt al in de vorige eeuw om de paar decennia op. Bijvoorbeeld in de jaren vijftig, toen vlak na de Tweede wereldoorlog half Nederland in puin lag. Toch kregen we in die jaren wel te maken met de bekende babyboom, een geboortegolf.
Volgens het onderzoek van NIDI stelt de jonge generatie van nu eenmaal andere eisen aan een gezinsvriendelijke woning dan de generaties daarvoor.
"Wat hebben wij onze jongeren aangedaan door de liberalisering van de woningmarkt?"
De eisen voor een geschikte woning om kinderen te krijgen, zijn volgens het onderzoek al gevormd in de kindertijd. De jongvolwassenen van nu groeiden vaak op in zeer gezinsvriendelijke (koop)woningen, waardoor zij zelf nu ook eenzelfde soort woning willen bemachtigen voordat ze een gezin stichten.
Het resultaat met de huidige krappe en dure woningmarkt is dat onze jongvolwassenen geen toegang hebben tot het soort woningen waarin ze opgegroeid zijn. En die ze als geschikt en kindvriendelijk ervaren. Dit lijkt dus we een belangrijke oorzaak te zijn dat ze het ouderschap uitstellen, dat leidt tot een geboortedaling.
Toch verklaart dat het probleem niet helemaal volgens Pro Kamerlid Moorman: “Dit is Natuurlijk het gevolg van een enorme liberalisering van de woningmarkt, waarbij we het maar normaal zijn gaan vinden dat huizen extreem duur zijn geworden. En daarmee worstelt deze generatie nu op het moment dat zij kinderen wil krijgen. Wat hebben wij ze aangedaan door die liberalisering van de woningmarkt?” Moorman doelt hier op de ontwikkeling dat er sinds de jaren negentig van de vorige eeuw steeds minder sociale huurwoningen beschikbaar waren, maar wel meer koopwoningen en huurwoningen in de vrije sector. Voor diegene die al een huis bezitten werd wonen door lage rentes en waardestijgingen steeds goedkoper, maar voor jongvolwassenen werd de drempel tot de woningmarkt alleen maar hoger. Jongvolwassenen werden en worden daardoor steeds vaker naar de dure vrije huursector gedwongen. Daardoor kunnen ze weer minder sparen en dus nog minder snel iets kunnen kopen.
In Dit is de week (EO) gaat presentator Margje Fikse verder over dit onderwerp in gesprek. Klik hier om de volledige uitzending te bekijken via NPO Start.
Je kunt Dit is de week (EO) ook terugluisteren als podcast. Klik hier om de uitzending af te spelen op jouw favoriete podcast-app.

De Nederlander verdient al vijftig jaar veel te weinig: 'Mensen worden steeds afhankelijker van toeslagen’

Moeten ouderen ruimte maken voor jongeren op de woningmarkt?

Aantal huurwoningen daalt: moet er harder worden ingegrepen op de woningmarkt?